Logo

 

BIJLAGE G

 

KENTEKENS

EN

TRADITIES

 

 

 

BENAMING

De benaming “ ARTILLERIE” komt van het Latijn “ ars tollere” – de kunst van het dragen of werpen. In het geval van de artillerie dus, vrij vertaald als: “ de techniek om een projectiel weg te schieten. ( Zie ook het artikel “ Ontstaan en evolutie van de Artillerie” vooraan in dit boek )

Als doorslaggevend element in het gevecht, is de artillerie voor het eerst aangewend door de Engelsen in de slag bij CRECY op 26 augustus 1346. Zij wordt ingezet als de laatste hoop van de koning, vandaar haar algemene leuze: “ REGIS ULTIMA RATIO” dat haar mutskenteken siert.

De nummering “2” dateert van 22 februari 1836, toen een KB de vorming van DRIE Regimenten artillerie voorzag, genummerd 1, 2 en 3. Het is een Arabisch cijfer omdat in het Belgisch Leger deze vorm wordt gebruikt voor de nummering van de Brigade-eenheden. De Korps- en Divisie-eenheden dragen een Romeins cijfer als nummer.

In 1946, bij de heroprichting na WO II, neemt het 2de ARTILLERIEREGIMENT de benaming en de tradities over van het Regiment uit 1940 over. In 1951, bij het invoeren van de LANDCENT-organisatie, verdwijnt de benaming “Regiment” als tactische en administratieve aanduiding en wordt vervangen door de benaming “ BATALJON”. Het “2de ARTILLERIEBALJON” behoudt de tradities en de Standaard van het Regiment.

De “ GROEPEN” verdwijnen en de batterijen krijgen een benaming naar het Engelstalig fonetisch alfabet: DOG, EASY en FOX.

LtGen b.d. baron TERLINDEN, Comd van 2A in 1940, uit in een brief aan LtKol GEEROMS zijn ongenoegen over deze gang van zaken.

“ Wat betekent deze stomme benaming “bataljon”? Ik weiger deze te erkennen. En hoe kan men een batterij Hond, Traag of Vos noemen? Verdienen onze jongens niet beter dan zoiets stom?…. (vertaald)                                                                                                                                             

Bij een nieuwe reorganisatie in 1960 worden de schootsbatterijen aangeduid met A, B en C-Batterij, volgens het internationaal fonetisch alfabet: ALFA, BRAVO en CHARLIE.

En vanaf 1 januari 1995 mag 2A opnieuw de titel “ REGIMENT voeren. Het heet voortaan:

“ TWEEDE REGIMENT VELDARTILLERIE”

 

Het behoudt, uiteraard, de Standaard en de tradities van het vroegere Bataljon/ Regiment. In de loop van de daaropvolgende jaren zullen nog ingrijpende hervormingen plaats vinden. ( Zie daarvoor de Bijlage C: Tabel van de affiliaties”)

KLEUREN

De kleuren van 2A zijn de klassieke kleuren van de artillerie: koningsblauw en vuurrood. Tot aan het invoeren van de Nieuwe Werkkledij (NWK) in 1998 waren deze kleuren ook terug te vinden op de kraagspiegels van de stadstenue en op de graadkentekens van de uniformen.. Maar deze kleuren komen ook voor in alle mogelijke andere voorwerpen, zoals vlaggen, wimpels, panelen, enz…

De tactische herkenningsplaatjes op de voertuigen zijn eveneens uitgevoerd in die kleuren, waarbij het rode vierkant van plaats verschuift volgens de batterij:

            - A – BATTERIJ:                  rechts boven

            - B – BATTERIJ:                  rechts onder

            - C – BATTERIJ:                  links onder

            - D – BATTERIJ:                  links boven

- STAF – BATTERIJ:           verticale scheiding – rood links

- DIENSTEN - BATTERIJ: diagonale scheiding – rood boven

Na de samenvoeging van de STAF en de DIENSTEN-BATTERIJ bleef de verticale scheiding behouden.

A-Batterij

B-Batterij

C-Batterij

D-Batterij

Staf

Diensten

 

Om personeel en materiaal nog beter van elkaar te kunnen onderscheiden, wordt in 1970 aan elke batterij een specifieke kleur toegekend. Gekleurde bollen of strepen op verpakkingskisten en materiaal maken van dan af een snelle identificatie mogelijk.

Deze eigen kleur per batterij wordt ook doorgevoerd voor de halsdoekjes, die vanaf die periode gedragen worden bij militaire plechtigheden. Oorspronkelijk waren zij:

            - zwart            voor de STAF en DIENSTENBATTERIJ;

            - geel              voor de A – BATTERIJ;

            - rood             voor de B – BATTERIJ

            - blauw          voor de C – BATTERIJ.

De STAF droeg purperen halsdoekjes en de escorte van de STANDAARD witte.

Na de hervormingen vanaf 2002 zijn deze kleuren niet meer actueel.

B-Batterij met de Rode halsdoek

BLAZOEN

Het blazoen van 2A stelt voor:

“ Een Frans schild, doorsneden, boven in keel een kop van bok in goud;

onder in azuur twee schuingekruiste kanonlopen in punt met het cijfer 2,

alles van goud.

Onder het schild op een tweedelige band de leuze van de eenheid:

TWEEDE IN NAAM, EERSTE IN FAAM”

Dit kenteken van 2A wordt ontworpen rond juni 1946, onder het bevel van LtKol CARRON. Het is het resultaat van een wedstrijd, uitgeschreven onder de leden van het Regiment. De naam van de ontwerper hebben wij evenwel niet meer kunnen achterhalen. Als kleuren zijn de klassieke kleuren van de artillerie gekozen: rood en blauw. De gekruiste kanonlopen zijn geïnspireerd door het oude model van schouderkenteken, dat precies deze kanonlopen toont en dat op de schouderkleppen van de battle-dress werd gedragen. De bok zou gekozen zijn om de vechtlustige aard van het dier, dat zijn territorium tegen indringers verdedigd.

Maar er doet nog een ander verhaal de ronde over het kiezen van een bok als onderdeel van het kenteken. De bokkenkop zou namelijk gekozen zijn omwille van het feit, dat kort na hun inlijving in het nieuwe Regiment in TIENEN, de rekruten met Paasverlof naar huis mochten vertrekken.. Helaas, er moest een piket in de kazerne blijven en de TWEEDE BATTERIJ van 1Lt VAN HOECK werd daarvoor aangeduid. De soldaten noemden zich vol spijt “ de bokken van de geschiedenis” Misschien heeft iemand van de ontwerpers zich deze geschiedenis herinnerd? …

Het is ook mogelijk dat 2A reeds een geitenbok als mascotte had, voor het kenteken ontworpen werd of dat er een geitenbok kwam precies omwille van het kenteken. Enkele oud-gedienden van de klas 46 die wij daarover gesproken hebben, bevestigen ons weliswaar het verhaal van de batterij van 1Lt VAN HOECK, maar zij kunnen geen uitsluitsel geven over de komst van de eerste bok. Zij hebben in de loop van hun legerdienst deze geitenbok wel gezien…. ( Zie ook de bijlage H “ 2A en zijn Mascotte” – NVDR)

Het borstkenteken is afgeleid uit dit blazoen. Het wordt voor het eerst gedragen op 19 augustus 1966.  Maj CROMMAR, toenmalig Tweede Commandant van het bataljon, is er de initiator van. Het kenteken, op een lederen hanger, wordt oorspronkelijk vervaardigd door de firma DRAGO te PARIJS. Met de nota Nr 1059 van 10 maart 1970 verleent SDHP officieel de toelating voor het dragen van dit kenteken. Oorspronkelijk kreeg elke militair van 2A dit kenteken bij zijn uitrusting, later moest het aangekocht worden. Dit deed het gebruik ervan in onmin geraken.

LEUZE

Op 4 december 1952 gebruikt LtKol GEEROMS op het einde van zijn Barbaratoespraak voor het eerst de leuze van 2A, die sindsdien bij menige gelegenheid wordt herhaald.

“ TWEEDE IN NAAM , EERSTE IN … FAAM !”                                                                     

Het is zo dat de korpscommandant het eerste deel van de leuze roept, de verzamelde batterijen roepen dan : …“ FAAM”

Of er voordien een leuze heeft bestaan, hebben we niet kunnen achterhalen . Nochtans:

LtKol SBH baron TERLINDEN spreekt in zijn nota’s over de leuze van 2A als : “Toujours Prèt” ( Steeds paraat), maar of die ook echt gebruikt werd is onzeker;

Een correspondent van 2A schrijft in VICI Nr 87 van 17 mei 1950 over “ AD FUNDUM – tot het uiterste “ als de “mooie leuze van 2A”

LtKol GAILLY gebruikt in een toespraak op 17 maart 1951 “ zolang wij krachten hebben”, wat een vrije vertaling van het vorige kan zijn.

5. BATTERIJWIMPELS

Op het Barbarafeest 1952 bekomt elke Batterij een eigen wimpel. Hij is uitgevoerd in rode en blauwe zijde, links geschuind, met franjes van gouddraad. In het midden van de wimpel komt een figuur voor, geweven in witte draad. Hiervoor liet men zich inspireren door de benaming van de toenmalige batterijen in het Engels fonetisch alfabet:

  • voor de D - DOG – BATTERIJ:                 een kop van een buldog;
  • voor de E - EASY – BATTERIJ:               een schildpad ( = traag);
  • voor de F - FOX – BATTERIJ:                  een vos.
  • Voor de STAF - BATTERIJ staat een bisschopsstaf afgebeeld;
  • Voor de DIENSTEN - BATTERIJ een pelikaan ( spaart het voedsel voor zijn jongen in zijn bek).

             Dog - B-Batterij                              Easy - C-Batterij              

Fox - A-Batterij

Staf-Batterij                            Diensten-Batterij

Als op 1 januari 1970 beide batterijen worden samengevoegd in STAF- en DIENSTEN – BATTERIJ wordt een nieuw kenteken ontworpen, gebaseerd op beide elementen.

Er is ook een wimpel met een bokkenkop, voorbehouden aan de korpscommandant. Alle wimpels zijn voorzien van een koperen staaf met ring, die past in de geweerloop van elke gids van de batterij.

A-Batterij met de Vos

B-Batterij met de Dog

C-Batterij met de Schildpad

Staf en diensten - Batterij met de Pelikaan in de Staf

Ten gevolge van de herstructurering in 2002 en 2004 treedt het Regiment op

9 september 2005, tijdens de bevelsoverdracht, aan in een totaal nieuwe samenstelling. De batterijsymbolen zijn dan ook helemaal gewijzigd.

EENHEIDSBLAD

Sinds december 1952 verschijnt er een eenheidsblad, dat “ MODEST” heet. Het verschijnt op onregelmatige tijdstippen en wordt zonodig aangevuld met het uitgeven van “ MODEST – FLASH” Aanvankelijk gereproduceerd op stencil, wordt het vanaf 1974 gedrukt en beantwoordt het aan de moderne reproductietechnieken. Sinds 2005 is de lay-out vastgelegd en wordt het eenheidsblad gedrukt door de drukkerij van DEFENSIE, met gebruik van kleur en foto’s. De inhoud is vooral informatief en ontspannend.

GULDEN BOEK

Het oudst, gekende GULDEN BOEK van 2A werd geopend op 18 maart 1935, bij gelegenheid van de inhuldiging van het monument van 2A te LIER. Het bevatte de handtekeningen van talrijke doorluchtige bezoekers en was mooi versierd met prachtige tekeningen. Het boek verdween evenwel in de meest mysterieuze omstandigheden in 1977 en bleef tot op heden onvindbaar. Sindsdien is een nieuw GULDEN BOEK geopend…

Ook de onderofficieren en de vrijwilligers hebben sinds enkele jaren een eigen GULDEN BOEK.

8. DE OFFICIERSSTICK VAN DE KORPSCOMMANDANT

Het stokje van de korpscommandant bestaat sinds 1974 en werd ingevoerd door LtKol SBH VUYLSTEKE. Het werd sindsdien bij bevelsoverdrachten overgegeven van korpscommandant aan korpscommandant. Het stelt een officierstick voor met aan het ene uiteinde een gebeeldhouwde kop van een bok.

 

De Bokkenkop op de Korpsstick

GEDENKPENNING 2A

Op initiatief van LtKol SBH WIJNANTS is in 1980 een gedenkpenning ontworpen om te worden uitgedeeld aan de militairen van 2A die 25 (goud); 20 (zilver) of 15 (brons) jaren dienst hebben bij 2A. De uitreiking van deze gedenkpenning, vergezeld van een oorkonde, gebeurt op de jaarlijkse Barbaraparade. Tengevolge van de verhuis naar België en de vele mutaties van het personeel, die daar het gevolg van zijn, wordt deze gedenkpenning NIET meer uitgereikt sinds 1986

Dat jaar heeft 2A evenwel een eenmalige GEDENKPENNING laten slagen, ter gelegenheid van het 150-jarig bestaan van het Regiment. Deze gedenkpenning kon gekocht worden of werd uitgedeeld als herinnering of als relatiegeschenk

MARS VAN 2A

In het archief van het Regiment wordt de partituur bewaard van de “ MARS VAN 2A”. Deze werd in 1935 gecomponeerd door Dhr RIMBOUT DEPESTEL van de Muziekkapel van de Gidsen. Deze mars wordt nog steeds gespeeld bij bevelsoverdrachten en tropenschouwingen.

De mars kan eveneens beluisterd worden op de website.

BARBARABEELD

Sinds 1950 is 2A in het bezit van een merkwaardig BARBARABEELD. Dit modern kunstwerk in keramiek stelt Barbara voor, opgesloten in een toren, waarin men de vorm van een obus erkent. Het werd gemaakt door twee jonge Franse kunstenaars, de heren SZEKELY en BORDERIE, in hun werkplaats te BURES-SUR-YVETTE ( Seine et Oise – France)

Patrones der Artilleristen

Elk jaar vormt 4 december een traditioneel en feestelijk hoogtepunt voor de Artille­risten. In de loop der tijden heeft de technische evolutie der wapens de traditie niet overtroffen, militaire parades, recepties, sportproeven en natuurlijk de doop der Ar­tilleristen.

In de tijd van Keizer Maximianus woonde in Nikomedeia, hoofdstad van Bithynie, de rijke heiden Dioscorus.

Zijn dochter Barbara was zo mooi, dat hij haar opsloot in een toren, zodat geen man haar zou zien. Barbara dacht in haar eenzaamheid veel na over godsdienstige taken. Hierover schreef zij een brief aan de geleerde Origenes, die te Alexandria het christelijk geloof on­derwees. In deze brief beschreef Barbara haar pro­blemen met het veelgodendom, waarop Origines zijn helper Valentinus stuurde, die Barbara onderwees en tenslotte doopte.

Dioscorus wilde Barbara uithuwelijken aan een van de invloedrijke burgers van de stad, maar zij werd boos en antwoordde "Dwing mij daar niet toe, vader". Toen Dioscorus enige tijd later naar het buitenland moest gaf hij opdracht voor haar een badhuis te bouwen. Tijdens de bouw gaf Barbara opdracht om aan de zuidzijde drie in plaats van twee vensters aan te brengen, hetgeen uiteindelijk ook gebeurde. Te­ruggekomen zag Dioscorus de vensters, waarop Bar­bara vertelde dat de Drie-eenheid evenzo de wereld verlicht.

Dioscorus trok woedend zijn zwaard om zijn doch­ter te doden, maar op Barbara's (schiet)gebed open- de zich de muur van het badhuis waarin zij werd op­genomen. Op wonderbaarlijke wijze werd ze boven op een berg geplaatst. Een schaap­herder verried haar verblijfplaats aan Dioscorus, waarop zij de herder vervloekte. De­ze veranderde in een marmeren beeld en zijn schapen in sprinkhanen.

Dioscorus sloeg haar, trok haar aan haar haren mee, boeide haar met kettingen en sloot haar op. Enige tijd later werd zij voor prefect Marcianus geleid, welke probeerde haar aan de heidense goden te laten offeren. Zij weigerde dit, waarna zij werd ont­kleed, tot bloedens toe gegeseld en in de gevangenis geworpen.

Daar verscheen haar Christus, die haar moed insprak en haar wonden genas. De volgende ochtend toen haar vader de genezing ontdekte nam hij haar mee naar de tempel, daar onthoofdde haar vader haar eigenhandig, maar toen hij van de heuvel afdaalde, kwam er een bliksemflits die hem doodde en geheel tot as verteerde. Zo stierf Barba­ra op 5 december, onder keizer Maximianus en de prefect Marcianus.

Als datum van haar dood word echter vrij algemeen 4 december aangehouden. Op deze datum wordt haar naamdag gevierd.

St. Barbara is de bescherm heilige van alle beroepen die te maken hebben met vuur en springstof en. Naast artilleristen zijn dat onder meer mijnwerkers, brandweer en tun­nelbouwers.
 

MARS IN MEI

Op 25 maart 1973 richt Cdt Herman MARTENS, commandant van de StD – BATTERIJ een jaarlijkse wandeltocht in, waarmee hij de sociale dienstverlening van 2A wilt steunen.

In 1976 wordt de organisatie ervan overgenomen door het bataljon en voortaan gaat de wandeltocht, in principe op 1 mei van elk jaar, door onder de benaming: “ MARS IN DE MEI”. ( het is de foute vertaling van het Duitse “ MARSCH IN DEN MAI” – NVDR)

Daar de grote doorbraak uitblijft, besluit LtKol SBH WIJNANTS in 1981 de erkenning van deze wandeltocht aan te vragen bij  het “ DEUTESCHE VOLKSSPORTVERBAND – DVV), een afdeling van het IVV. Sinds dat jaar geraakt de wandeltocht internationaal bekend en stijgt het aantal deelnemers boven de 1000. De laatste “ MARS IN MEI” heeft plaats op 1 mei 1986 en is tevens het afscheid aan het garnizoen LÜDENSCHEID.

De opbrengst van deze wandeltocht werd elk jaar verdeeld tussen de garnizoensstad LÜDENSCHEID en de peterstad van 2A, LIER, voor hun sociale doeleinden...

TRADITIEZAAL

Bij het samenstellen van het oorspronkelijke boek “ GESCHIEDENIS VAN 2A VAN 1830 TOT HEDEN” worden heel veel historische gegevens en beeldmateriaal over 2A verzameld. Met goedkeuring van de Korpscommandant verzamelt Adjt LOUIS VRANCKX  al deze documenten in een “ HISTORICH ARCHIEF”, dat nu nog elk jaar wordt uitgebreid.

Daarbij ontstaat de idee een “TRADITIEZAAL” over het Regiment in te richten. Deze zaal vindt oorspronkelijk onderdak in de houten barak, die vroeger dienst deed als kapel. Deze zaal omvat zes afdelingen:

  • de geschiedenis van 2A en van de beide Wereldoorlogen;
  • het peterschap met de stad LIER en met het WEYERKE;
  • het leven in garnizoen bij de BSD en in BELGIE;
  • het gebruikte materieel bij 2A;
  • de buitenlandse opdrachten in ex-Joegoslavië en elders;
  • een verzameling oude uniformen.

In de ingangshal is een erewand voor de gesneuvelden ingericht. Ook het “ HISTORISCH ARCHIEF” en een ruime documentatie over DEFENSIE heeft er zijn plaats gevonden. Met de goedkeuring van de opeenvolgende korpscommandanten, houdt Adjt-Chef b.d. Louis VRANCKX, zich sinds 1994 bezig met de uitbouw van dit historisch centrum.

Omdat de zaal onvoldoende kon verwarmd worden en om schade aan de historische documenten te voorkomen, is het geheel verhuisd naar Blok B12 in het kwartier HELCHTEREN. De archivaris beschikt er over ZES lokalen voor het tentoonstellen en bewaren van deze historische schatten.