Deel II, Hoofdstuk 3

 

DE ROL VAN DE VESTIGING ANTWERPEN

 

Verrast door de overmacht van de vijand en zwaar vermoeid door de lange, geforceerde marsen en door de talrijke achterhoedegevechten, trekt het Belgisch Leger zich terug binnen de versterkte vesting ANTWERPEN (PFA). Het ontsnapt op deze wijze aan de omsingeling door het leger van VON KLUCK.

In de tweede helft van de vorige eeuw werd ANTWERPEN uitgebouwd tot een sterke vesting. Niet minder dan drie concentrische gordels beschermen de stad, die in de rug wordt afgedekt door de SCHELDE. Het centrum is afgeschermd met een stevige wal, voorzien van verdedigde poorten ( huidig traject van de autoweg E19/E34 – NVDR). Een viertal kilometer daarvoor liggen de forten Nr 1 tot 8 ( traject van de huidige Krijgsbaan – NVDR ) en op ongeveer 15 kilometer liggen in een grote halve cirkel van BORNEM tot BERENDRECHT talrijke forten van de buitenste verdedigingsgordel, aangevuld met schansen en natuurlijke hindernissen. Het is binnen sterk gewaande verdedigingslijn dat het Belgisch Leger zich hergroepeert.

Onze divisies zullen met alle middelen, die binnen hun bereik liggen, een belangrijke rol blijven spelen op het westelijk oorlogstoneel. Zij zullen zich ondermeer toeleggen op het aantrekken en binden van belangrijke vijandelijke formaties voor ANTWERPEN. Hierdoor zal de druk op de Franse en Engelse legers in het noordoosten van FRANKRIJK en aan de MARNE merkelijk verminderen. Ons Leger zal elke kans waarnemen om offensief in actie te komen.

Het zal deze kansen benutten in twee omstandigheden:

  1. ten eerste, wanneer onze bondgenoten belangrijke gevechten leveren en er alle baat bij hebben dat zoveel mogelijk vijandelijke troepen gebonden worden, om hen te beletten als versterking op te treden;
  2. ten tweede, wanneer de strijdkrachten van het Belegeringsleger zo verminderd en verzwakt zijn, dat een offensief gunstig lijkt.

Deze samenwerking tussen het Belgisch Leger en zijn bondgenoten in het zuiden zal bestaan uit een aantal uitvallen uit de vesting ANTWERPEN op verschillende tijdstippen en met de hierboven genoemde bedoelingen.

Weinige dagen na de terugtocht van ons leger doet zich reeds een dergelijke gelegenheid voor. Inderdaad, terwijl het gros van de drie Duitse legers, die ons land overrompeld hebben, zich in de richting van de SAMBER verwijderd, blijven voor ANTWERPEN slechts het IIIde REICHS-ARMEEKORPS ( III RAK) en twee Brigades LANDWEHR ( territoriale eenheden – NVDR) over.

Koning ALBERT I, bewust van de zwakheid van dit Belegeringsleger, besluit om het aan te vallen met zijn volledig Leger. De aanval wordt vastgesteld op 25 augustus 1914 bij het krieken van de dag.

Naar Hoofdstuk 4