Deel II, Hoofdstuk 10

 

HET BEVRIJDINGSOFFENSIEF
van 28 september 1918 tot 11 november 1918

 

Op 18 juli 1918 nemen de Geallieerden aan het westelijk front opnieuw het initiatief in handen en gaan over tot de aanval.

Op deze gedenkwaardige dag, vallen de Franse Legers van de generaals MANGIN en DEGOUTTE, onder het opperbevel van Maarschalk FOCH, de flank van het Duitse Leger van VON MUDRA aan. De laatste weerstand geboden door het leger van VON LUDENDORFF wordt meteen weggeveegd: de herhaalde aanvallen hebben de Duitse reserves uitgeput. Het moreel van de Duitse troepen is sterk aangetast.

Bij de Geallieerden daarentegen laait de hoop op. Ze zijn er eindelijk in geslaagd tot één enkel oppercommando te komen en Amerikaanse troepen ontschepen met duizenden tegelijk en komen het westelijk front versterken.

Maarschalk FOCH beoogt de vernietiging van de vijand voor de winter. Op zijn bevel komt het aanvalsfront in beweging. Achtereenvolgens zijn het:

- op 8 augustus 1918:             het front tussen SOMME en OISE;
- op 20 augustus 1918:           het front tussen OISE en AISNE;
- op 21 augustus 1918:           het front ten noorden van de SOMME;
- op 12 september 1918:         het front in SAINT MICHEL;
- op 26 september 1918:         het front rond het massief van de ARGONNE;
- op 27 september 1918:         het front in de richting van CAMBRAI;
en tenslotte
- op 28 september 1918:       het front tussen DIKSMUIDE en de LEIE.

De ongeduldige troepen van de Koning-Soldaat  ALBERT I maken zich klaar voor de grote sprong voorwaarts. Vier lange jaren hebben zij de verschrikkelijke loopgravenoorlog gekend. Zij hebben niet enkel het front gehandhaafd, waarop hun Opperbevelhebber hen in oktober 1914 halt liet houden, maar ook het front verdedigd dat de Franse en Britse troepen hen in 1917 overlieten.

Slechts weinige maanden terug, op 17 april 1918,, is ons leger in MERKEM nog zwaar aangevallen geworden door een veel sterekere vijand, maar het heeft de Duitse stormram bloedig gestuit. Sindsdien wacht het ongeduldig om zelf tot de aanval over te gaan….

OPERATIES VAN 2A

Voor het offensief van 28 september 1918 bezetten de Groepen I/2A en II/2A stellingen langs de spoorweg DIKSMUIDE – NIEUWPOORT, ter hoogte van de kilometerpalen 4 en 5. III/2A bezet stellingen ten zuiden van PERVIJZE. Zij hebben als opdracht de vijandelijke waarneming- en verbindingsposten te neutraliseren.

Van 28 september tot 15 oktober 1918 voert het Regiment deze opdrachten perfect uit. Het lost verder ook nog verontrustend vuur en artillerievoorbereidingsvuur op de Duitse stellingen.

Op 16 oktober 1918 steekt het Regiment het overstromingsgebied ten zuiden van DIKSMUIDE over en achtervolgt de terugtrekkende vijand. Ondanks het slechte weer en de erbarmelijke toestand van het aan flarden geschoten terrein, wordt deze beweging zonder haperingen uitgevoerd.

Het Regiment is afgedeeld bij de 7de IFANTERIEDIVISIE ( 7de ID) en neemt deel aan de verovering van VLADSLO. Nadien wordt III/2A enkele dagen ter beschikking gesteld van de 8ste ID. I/2A en II/2A achtervolgen de vijand over VLADSLO, BEERST, KEIEM, LEKE, MOERE, EERNEGEM, ZERKEGEM, ZEDELGEM, LOPPEM en OOSTKAMP.

III/2A zet met de 8ste ID de achtervolging in over BOVEKERKE, KOEKELARE, ICHTEGEM en AARTRIJKE. Op 18 oktober 1918 gaat de tocht verder over WAARDAMME en BEERNEM. De 27ste Batterij is vooruitgeschoven batterij met een bataljon van 7de Li; de 25ste en 26ste Batterij zitten midden in de colonne. Op 18 oktober 1918 om 15u00 neemt de groep stelling op 600m voorbij WAARDAMME om de vijandelijke tegenstand te breken. De batterijen openen het vuur op vijandelijke infanterie, die zich vastbijt nabij ERKEGEM en NACHTEGAAL. De Duitsers nemen de stelling hevig onder vuur. Tegen middernacht wordt III/2A afgelost door een groep van 8A. Ondanks het vijandelijke vuur heeft de groep slechts lichte verliezen gekend.

Op 19 oktober 1918 is het Regiment opnieuw verenigd nabij OOSTKAMP. Na een hevig gevecht, steekt het op 20 oktober 1918 het kanaal van BRUGGE naar GENT over en achtervolgt de vluchtende vijand  over OEDELEM, KNESSELARE, URSEL en ZOMERGEM. Hier bieden de Duitsers weerstand op het afleidingskanaal van de LEIE, het SCHIPDONKKANAAL. Het Regiment neemt stelling en voert hevige beschietingen uit op de plaatsen die door de vijand bezet zijn.

Op 30 oktober 1918 begint het Regiment om 05u25 aan het voorbereidingsvuur om de aanval op het afleidingskanaal te steunen. Op het ogenblik dat de eenheden van de 7de ID aanvallen, legt het Regiment een vuurwals. De Infanterie kan slechts gedeeltelijk het kanaal oversteken en moet zich, op een bepaald ogenblik, zelfs terugtrekken onder druk van de vijandelijke weerstand. Tegen de avond is de toestand evenwel rechtgezet.

Op 3 november 1918 verlaat de vijand zijn stellingen en trekt zich terug achter het kanaal van GENT naar TERNEUZEN. Het Regiment 2A rukt op naar GENT en neemt stelling in de buurt van EVERGEM.

Het is daar dat de Wapenstilstand van 11 november 1918 aan de kanonnen van 2A het zwijgen oplegt….

Naar Menu Deel II