Deel III, Hoofdstuk 2

 

2A WORDT GEKAZERNEERD IN LIER

 

Op 11 november 1918 trekt 2A triomfantelijk GENT binnen en op 25 november 1918 wordt het Regiment geschouwd door ons Vorstenpaar op de “Grote Markt” in ANTWERPEN. Het Regiment neemt zijn intrek in deze stad, in de “Predikherenkazerne”

Eén Groep van 2A, zal bij toerbeurt, deelnemen aan de bezetting van het RIJNLAND in DUITSLAND. De BELGISCHE BEZETTINGSZONE strekt zich uit vanaf de grens bij AACHEN tot even ten noorden van KÖLN. BELGIE zet voor deze bezetting TWEE infanteriedivisies in, samen ongeveer 13.000 man sterk. Het hoofdkwartier bevindt zich in AACHEN. In november 1929 worden de Belgische troepen teruggetrokken en verlaten zij het RIJNLAND.

Bij Koninklijk Besluit Nr 6158a van 22 september 1919 wordt aan 2A een Standaard toegekend. Deze wordt op 29 maart 1921, door Z.M. de Koning, plechtig overhandigd aan het Regiment, tijdens een oefenperiode in het kamp van BEVERLO.

Ten gevolge van een nieuwe organisatie op 14 december 1926 omvat 2A dan:

  1. TWEE groepen kanon 75mm TR met elk twee batterijen;
  2. EEN groep kanon 75mm GP met ook elk twee batterijen;
  3. EEN groep lichte houwitsers 105mm met twee batterijen.

Omdat er gebrek is aan oefenterreinen en wegens klachten van de omwonenden, verlaat 2A de kazerne in ANTWERPEN en neemt in 1927 zijn intrek in de “Artilleriekazerne” aan de “Vaartlaan” ( thans Baron Opsomerlaan – NVDR) in LIER.
Deze kazerne is gebouwd tussen 1890 en 1898 en nog uitgebreid in 1913. Een aantal stallen en de manége zijn nog bijgebouwd in de periode 1920-1921. De kazerne krijgt de naam “ Dungelhoeffkazerne” als aandenken aan de eerste officier van 2A, die sneuvelde op het veld van eer in WEZEMAAL op 12 september 1914.

Het Regiment neemt actief deel aan het leven in de garnizoenstad en laat geen gelegenheid voorbijgaan om zich te tonen aan de Lierse bevolking. Erg moeilijk is dat niet, want het militair oefenplein van KESSEL ligt aan de oostzijde van de stad en telkens horen de Lierenaars het hoefgetrappel en het ratelen van de affuiten als de batterijen door hun stad rijden.
De Lierse bevolking wordt ook steeds uitgenodigd op de Regimentsfeesten. ( In de jaargangen van “ ONS LIER – Weekblad voor Lier – die wij konden inkijken, hebben wij meerdere bewijzen daarover gevonden – NVDR). Deze goede verstandhouding wordt ook nog eens onderstreept door Dhr DEVEZE, wanneer die, als Minister van Landsverdediging, een bezoek brengt aan het Regiment en aan de stad in april 1935.

Op 1 mei 1939 krijgt 2A nog een vijfde Groep met twee batterijen kanon 75 mm GP ( Grande Puissance – NVDR) bij. Bij de mobilisatie in 1939 wordt 2A ontdubbeld en richt het 4A op, dat Artillerieregiment van de 9de INFANTERIEDIVISIE wordt. De beide Regimenten bestaan dan uit:

  1. TWEE groepen kanonnen 75mm TR met elk drie batterijen;
  2. EEN groep kanonnen  75 mm GP met drie batterijen;
  3. EEN groep houwitsers 105mm GP met drie batterijen.

 

De beide Regimenten mobiliseren ook nog hun VIJFDE groep, die onder de naam 21A en 22A, deel zal uitmaken van de divisie-artillerie van de tweede reserve.

 

 

DE VERBROEDERING VAN DE OUD-STRIJDERS

Een belangrijke rol in deze periode van het interbellum spelen ook de verbroederingen van de oud-strijders. Zij willen niet enkel een kameraadschappelijke band onderhouden tussen de gewezen wapenbroeders, maar zij ijveren ook voor erkenning van hun bewezen diensten en manifesteren zich op politiek en socio-cultureel vlak.

De “ VERBROEDERING 2A” wordt opgericht door Dhr Marcel HERMAN in 1922. Op 24 april 1932 wordt zij samengevoegd met deze van 8A. Dit artilerieregiment werd bij de reorganisatie op 16 december 1916 opgericht uit elementen van 2A ( zie deel 2 – hoofdstuk 9 – NVDR). Voorzitter van deze “ VERBROEDERING 2A-8A” wordt Majoor b.d. DE HEUSCH, een gewezen officier van 8A. De zetel van de Verbroedering bevindt zich in BRUSSEL. Jaarlijks worden meerdere samenkomsten en feesten georganiseerd.
Op 11 december 1932 brengen de oud-strijders van 2A en 8A zelfs een hulde aan MANNEKEN-PIS.in BRUSSEL. Zij geven hem een artillerie-uniform en benoemen hem tot “ Artillerist 1ste Klas” omdat hij zijn stuk op ongeëvenaarde wijze gebruikt”.
Op 4 februari 1933 neemt Z.M. de Koning, ALBERT I, zelfs deel aan een artistieke avond in de zaal “Patria” in BRUSSEL.

De Verbroedering heeft ook een belangrijke rol gespeeld in de oprichting van de monumenten van 2A in LIER en van 8A in MECHELEN. Zij is ook steeds talrijk vertegenwoordigd op de jaarlijkse herdenkingsplechtigheden in LIER en MECHELEN.

Door de gebeurtenissen van 1939-1940 zal de activiteit van de “VERBROEDERING” praktisch stilvallen. Het bestuur, bestaande uit overwegend Franstalige officieren, valt uit mekaar.
Na de oorlog wordt in ANTWERPEN heraangeknoopt met de tradities van de “ VERBROEDERING 2A-8A”. Een afvaardiging ervan woont elk jaar, onder leiding van haar voorzitter, de Regimentsfeesten bij. De heren SNIEDERS, BERNAERTS en ROGGEMAN doen dat, indeze functie, zelfs meerdere jaren na elkaar.

De “ VERBROEDERING 2A-8A “ heeft ook een trofee geschonken, die jaarlijks wordt toegekend aan de batterij, die het beste resultaat heeft behaald op artillerie-technisch gebied.
Bij de dood van haar laatste oud-strijder uit de periode 1914-1918 werd het vaandel van deze afdeling geschonken aan 2A. Het wordt bewaard in het museum van het Regiment.
De “ VERBROEDERING” werd uitgebreid met oud-strijders van het 2de REGIMENT ZWARE ARTILLERIE (RAL) en heet nu “ VERBROEDERING 2A-8A en RAL”. Door de ouderdom wordt haar ledenaantal steeds kleiner….

Naar Hoofdstuk 3