Deel IV, Hoofdstuk 1

 

HET GEMOBILISEERD LEGER

van 25 augustus 1939 tot 10 mei 1940

 

Op vrijdag 25 augustus 1939 kondigt de Belgische regering de ALGEMENE MOBILISATIE af, als gevolg van de stijgende internationale spanningen.

2A mobiliseert zoals voorzien in de plannen ( zie hoofdstuk 2 hierna – NVDR). Op 27 augustus 1939 is het Regiment klaar met deze operatie. Het is nu op zijn volledige getalsterkte gebracht. Op dat ogenblik zijn de STAF en de groepen I/2A; IV/2A en V/2A gelegerd in de kazerne van LIER; de groepen II/2A en III/2A bevinden zich in BRASSCHAAT.

Op vrijdag 1 september 1939 vallen de Duitse Legers POLEN binnen. De spanning stijgt en de grote mogendheden uiten allerlei bedreigingen naar elkaar. BELGIË dat vasthoudt aan zijn neutraliteit, stelt zich terughoudend op en vermijdt zoveel mogelijk acties die op een oorlogsdaad kunnen wijzen.

Toch wordt op de avond van 1 september 1939 beslist een defensieve stelling te verkennen en te bezetten, dwars door het land, nog ver weg van de Oostgrens. De TWEEDE INFANTERIEDIVISIE ( 2de ID), waartoe 2A behoort, krijgt een sector toegewezen tussen de stad HALLE en het kasteel van ARGENTEUIL. De verkenningen starten ’s anderendaags en de nodige voorbereidingen worden getroffen om het materieel per spoor te vervoeren. Maar het treintransport is niet al te best georganiseerd. Men heeft vooral geen rekening gehouden met de verspreide legering van het Regiment en met zijn verhoogde getalsterkte.

Ondertussen hebben op 3 september 1939 FRANKRIJK en GROOT-BRITANNIË de oorlog verklaard aan DUITSLAND. Het wordt nu wel duidelijk dat EUROPA zich opnieuw in het wapengeweld gaat storten.

2A organiseert zijn stellingen ten zuiden van BRUSSEL en luchtfoto’s, die op 11 september 1939 worden genomen, tonen aan dat de stellingen goed zijn ingenomen en degelijk gedissimuleerd en gecamoufleerd zijn.

Op 29 september 1939 komen er nieuwe orders. De 2de ID moet een nieuwe stelling innemen, ditmaal meer oostwaarts, langs het ALBERTKANAAL, in de buurt van HERENTALS. Op 2 en 3 oktober 1939 verplaatsen de groepen zich en stellen zich op in een smalle sector van amper 9,5 kilometer breed aan de westzijde van het kanaal. De CP van 2A bevindt in MORKHOVEN.

Vanaf 9 november 1939 worden de stellingen effectief bezet en verdedigd. Er worden telefoonverbindingen gelegd en de munitie wordt aan de stukken gebracht. In die toestand van verhoogde waakzaamheid verlopen enkele maanden. Af en toe worden de troepen opgeschrikt door een alarmoefening. Telkens weer gaan geruchten de ronde dat een Duitse aanval wordt verwacht, maar die komt er vooralsnog niet.… De verloven blijven evenwel geschorst; de verveling grijpt om zich heen en de soldaten beginnen te morren.

Halfweg januari 1940 besluit het Belgisch Opperbevel over te gaan tot een reorganisatie van de Artillerie. Er worden ZES nieuwe Regimenten opgericht, zonder dat er ook maar één enkel kanon of houwitser meer komt. Alle bestaande Regimenten moeten een deel van hun materieel en personeel afstaan om deze nieuwe Regimenten te vormen. Voor 2A is dat 4A en 21A; het Regiment telt nu nog slechts VIER groepen!

Nog een andere wijziging wordt doorgevoerd. De Commandant van de Artillerie van de Divisie (CADiv), die een belangrijke staffunctie vervult op het divisiehoofdkwartier wordt tevens troepencommandant. Tengevolge van deze beslissing neemt Kolonel SBH Baron TERLINDEN op 20 januari 1940 opnieuw het bevel over 2A, functie die hij reeds bekleedde van 26 september 1937 tot 26 augustus 1939. Hij blijft tevens CADiv op de staf van de 2de Div. Deze beide functies, enerzijds CADiv en dus raadgever bij de Divisiestaf en anderzijds Regimentscommandant van 2A zullen tijdens de operaties dikwijls moeilijk te verzoenen zijn.

Op 28 maart 1940 gaat 2A over naar de 9de ID. Het organiek artillerieregiment van deze divisie is door een epidemie van huidziekten getroffen en wordt tijdelijk buiten dienst gesteld. Samen met deze aflossing heeft er ook een sectoruitbreiding naar het Oosten plaats, zodat de opstelling van de Groepen moet herzien worden. Daarbij worden de Groepen, in rechtstreekse steun, toegewezen aan een Infanterieregiment

  • II/2A in VOORTKAPEL , in steun van het 8ste LINIEREGIMENT;
  • III/2A in HERENTHOUT, in steun van het 16de LINIEREGIMENT;
  • IV/2A in TONGERLO in steun van het 17de LINIEREGIMENT.

De Groep I/2A, in stelling ten noorden van MORKHOVEN, maakt deel uit van de “ GROEPERING WEST”, samen met één Groep Mortieren 220mm TR en één Groep kanonnen 155 mm, namelijk I/16A.

De stellingen zijn goed georganiseerd en worden sinds zeven maanden voortdurend verbeterd. Een vrij dicht net van waarnemers heeft een goed uitzicht op het mogelijke slagveld. De waarschijnlijke doelen zijn opgemeten met een theodoliet en zorgvuldig gemerkt met karakteristieke tekens, die weinig opvallen, maar door de waarnemers zeer goed gekend zijn. Iedere batterij heeft TWEE wisselstellingen verkend, waarvoor de dossiers zijn opgesteld.

Het moreel van de toepen is nog uitstekend, de tucht is goed. Wel ondervindt het commando problemen met de kwalijke gevolgen van het regionale rekruteringssysteem, waardoor de soldaten te fel gefocust zijn op thuis. Er zijn geen taalproblemen. Het materieel is in orde en doorgaans volledig, behalve wat betreft de pistolen. Voor de mitrailleurs is er evenwel een gebrek aan munitie met spoortrekker. Het kader is over het algemeen volledig, maar het actief kader is erg beperkt, tengevolge van verschillende nevenopdrachten, die worden opgelegd aan het Regiment. De kledij en de uitrusting van de soldaten zijn in een eerder primitieve toestand en alle aanvragen voor verbetering blijven zonder gevolg. Een krachtige tussenkomst van de Regimentscommandant bij het kabinet van de Minister, brengt de Chef van de dienst “KLEDIJ” er toe een kijkje te komen nemen in MORKHOVEN. En dat bezoek heeft gunstige gevolgen.

Ondanks de overdreven rantsoeneringen  zijn de paarden gezond en voldoende getraind. Dit zal later duidelijk bewezen worden door de terugtocht van LIEGE (LUIK) naar de K.W. LIJN. ( Verdedigingslijn van KONINGSHOOIKT tot WAVER om de opening tussen de forten van de vesting ANTWERPEN en deze van NAMUR (NAMEN) op te vullen – NVDR) na acht maanden stil zitten. Ook de terugtrekking van de K.W. LIJN naar WEST-VLAANDEREN zal zonder merkbare verliezen gebeuren. Het opgeëiste automaterieel daarentegen is oud en armzalig, om niet te zeggen slecht. De motoren met zijspan, die zo nodig zijn voor de verkenningen en het commando, zijn veel te licht voor de eisen die er aan gesteld worden.

Op 24 april 1940 ontvangt 2A , dat aan het ALBERTKANAAL is afgelost door 4A, het bevel zich opnieuw bij zijn Divisie te voegen. Deze heeft zich ondertussen ontplooid in de streek van LIEGE (LUIK), in de sector MEUSE – AUMONT. Behalve de auto’s wordt alles per trein vervoerd. De inscheping van de troepen verloopt vlot:

                        I/2A in HERENTALS;

                       II/2A in MORKHOVEN;

                      III/2A in BOUWEL;

                      IV/2A in WESTMEERBEEK.

 

De CADiv ( en Comd 2A) neemt eerst contact op met de Staf van de 2de ID en gaat dan over tot de aflossing van ( weeral!) 9A. Hij maakt een afspraak met zijn Groepscommandanten en houdt met hen een terreinverkenning. De door 9A aangenomen opstelling wordt over het algemeen overgenomen, behalve wat de rechtstreekse steun aan de Zuidelijke sector betreft. Daar wordt de Groep Kanonnen 75mmGP van I/9A vervangen door de kanonnen 75mm TRA van II/2A. Alle belangrijke doelen en opdrachten in deze sector kunnen immers , zonder moeite, door de TRA’s worden ingevuld en de CADiv verkiest over zijn Groep 75mm GP te beschikken op de Regimentsstelling van 2A.

De aangenomen opstelling ziet er als volgt uit:

  • steun aan de 6de ONDERSECTOR NOORD:

Groep III/2A in PAIFVE

  • steun aan de 28ste SECTOR CENTRUM:

 Groep IV/2A in SCLESSIN

  • steun aan de 5de ONDERSECTOR ZUID

 Groep II/2A  in CHOKIER ( les CAHOTTES)

  • opvanggroep:

 Groep I/2A ( TWEE Batterijen) in SAINT-NICOLAS.

De 3de Batterij van I/2A is belast met een speciale opdracht in STRIVAY-HOUT-SI- PLOUT als steun van een Regiment CYCKISTEN van het “ DETACHEMENT K”, dat ontplooid is op de OURTHE. Voor deze Batterij wordt in SAINT –NICOLAS een stelling klaar gemaakt.

De CADiv beschikt daarenboven nog over een Groep van 15A en over de 75mm kanonnen van de forten van FLEMALLE; BONCELLES en EMBOURG, voor zover die zelf niet aangevallen worden. Hij kan aan de fortcommandanten dus enkel mogelijke opdrachten geven….

Met uitzondering van de stellingen van II/2A, die zich in openveld bevinden, waar zij trouwens niet gedissimuleerd zijn, liggen de erg wankele stellingen van de andere Groepen in volle agglomeraties. Zij worden zeker en vast opgespoord door de talrijke spionnen, die in de omgeving ronddolen. De stellingdossiers van 9A waren erg beperkt en worden nu vervolledigd. Het vuurplan wordt herzien en verbeterd; het waarnemingssysteem wordt grondig herwerkt en nieuwe waarnemingsposten worden ingericht.

In de ochtend van 25 april 1940 is de aflossing van 9A een feit. De CP van de 2de ID en van de CADiv bevinden in een gebouw op de “ Avenue Blonden” in LIEGE (LUIK).

In de periode van 25 april tot 09 mei 1940 doet er zich in de sector geen enkel belangrijk incident voor. De stellingen worden voortdurend verbeterd; het nieuwe waarnemingssysteem wordt opgebouwd en er worden nieuwe verblijfplaatsen voor het personeel ingericht. De Regimentsluitenanten moeten evenwel deelnemen aan de wachtdiensten in STAVELOT, wat verre van gemakkelijk is. Daardoor is op 10 mei 1940 1Lt VERNIORY, commandant van de 9de Batterij, wachtofficier in STAVELOT…

Ook op 9 mei 1940 eindigt de dag in alle kalmte. De situatie schijnt om zo meer geruststellend te zijn, omdat die avond het bericht komt dat er vijf dagen verlof in het verschiet liggen. Sommigen zullen het komende Pinksterweekeinde thuis kunnen doorbrengen.

 

Het zal evenwel anders uitdraaien…………..

 

 

Naar Hoofdstuk 2