Deel IV, Hoofdstuk 3

 

DE ACHTTIENDAAGSE VELDTOCHT

van 10 mei 1940 tot 28 mei 1940

 

Het relaas van de gebeurtenissen tijdens de “ ACHTTIENDAAGSE VELDTOCHT” is gebaseerd op een door Kol SBH TERLINDEN zelf geschreven tekst, tijdens zijn krijgsgevangenschap in het OFFLAG van FRENZLAU. In deze tekst komen ook enkele persoonlijke bemerkingen voor, maar juist daarom is hij niet minder authentiek. – NVDR

 

10 mei 1940

Voor het Belgisch Leger, dat waakt aan de grenzen, lijkt de nacht van 9 op 10 mei 1940 te verlopen zoals zovele voorgaande nachten: verveling tot en met, af en toe opgeschrikt door een of andere alarmmelding. Maar gecodeerde berichten van de Belgische ambassade in BERLIJN laten iets anders vermoeden. Kort na middernacht meldt Kol GOETHALS, de militaire attaché in BERLIJN, dat een aanval binnen de 24 uren mogelijk is.

Op 10 mei 1940 om 01u30 ontvangt Kol SBH TERLINDEN, in zijn verblijf te LIEGE, het bericht dat het algemeen alarm afkondigt. Onmiddellijk begeeft hij zich naar de CP van de 2de ID, maar daar weet men ook al niet meer dan dat er alarm is… Het stafpersoneel is al wel koortsachtig bezig met het inpakken van dossiers en documenten om een oorlogs-commandopost te gaan bezetten. Op dat ogenblik signaleert een Hollandse radiozender dat vele vliegtuigen  zich onophoudelijk naar het westen begeven. De aanwezige stafofficieren denken aan een grootscheepse aanval op Groot-Britannië, maar niemand beseft dat deze luchtoperatie gericht is tegen België en Nederland!

De rest van de nacht verloopt onrustig: er zijn allerlei berichten, het één al onrustwekkender dan het andere. Maar BELGIE beroept zich op zijn neutraliteit en de onschendbaarheid van zijn grondgebied.

En dan, in de vroege morgen, omstreeks 04u45, is het zover….

Onder het hevige lawaai van overvliegende en bombarderende vliegtuigen en schietende kanonnen wordt België op een laffe manier aangevallen. Een nieuwe oorlog is harde werkelijkheid geworden….

Diezelfde morgen verplaatst de CP van de 2de ID zich naar COINTE. In alle haast bezoekt de CADiv en Commandant 2A zijn Groepen. Het moreel staat nog hoog! Het schieten van de meeste secties luchtdoelmitrailleurs blijft echter zonder gunstig resultaat. Er is een gebrek aan spoortrekkers, waardoor het richten niet nauwkeurig kan verbeterd worden. De Regimentscommandant belooft een erg hoge beloning aan de sectie, die er als eerste in slaagt een vijandelijk vliegtuig neer te halen. Jammer genoeg heeft niemand die beloning kunnen verdienen….

Enkele elementen van het Regiment zijn uitgerust met splinternieuwe machinepistolen die, met hun bijhorende munitie, zijn ontdekt in een geheim wapendepot.

De echelons van III/2A zijn gedeeltelijk getroffen door het bombardement op het vliegveld van BIERSET. Er zijn slechts enkele lichtgewonden… De zonnige meimorgen wordt verstoord door het kanongebulder. Op enkele meters van de CP wordt de kermis van COINTE opgesteld, die hier jaarlijks met Pinksteren plaats heeft.

In de richting van FLEMALLE wordt de lucht van de oostelijke hemel doortint met bloedrode kleuren. In het HK van de 2de ID is men kalm en vol vertrouwen op de kracht van onze verdediging en der rol van de forten. Maar toch wordt met enige angst gewacht op de nieuwsberichten.

Een uitstekende koude maaltijd, bereid door de Zusters van het Heilig Hart, in wiens klooster de CP zich bevindt, is nog maar net naar binnen gespeeld als omstreeks 20u30 de stafchef binnen komt het verbazingwekkend nieuws. De stellingen rond LIEGE worden verlaten en de 2de ID moet zich terug plooien naar het westen. Iedereen begeeft zich haastig naar het HK en verdringt zich rond de generaal aan wie de stafchef zopas verslag heeft uitgebracht.

De onheilsmeldingen stapelen zich op: drie bruggen over het ALBERTKANAAL zijn niet in de lucht geblazen. Vijandelijke luchtlandingstroepen en pantsers hebben de bruggen veroverd. Het fort van EBEN-EMAEL is belegerd door de Duitsers en monddood gemaakt… Vooral in de richting van TONGEREN is de toestand bijzonder slecht. Massa’s Duitse troepen stromen het land in en de troepen rond LIEGE dreigen te worden afgesneden. De 2de ID zal zich nog deze nacht per spoor en met de auto verplaatsen naar de streek van BOORTMEERBEEK, achter de K.W.LIJN. De Artillerie evenwel zal de verplaatsing moeten doen langs de gewone wegen en voor zonsopgang de rivier MEHAIGNE overschreden hebben. Nadien volgen de bevelen voor de oprichting van een nieuwe Groepering, die belast wordt met het oponthoud aan de OURTHE. Deze Groepering vervangt de gemotoriseerde CAVALERIEDIVISIE, die op een ongelukkige manier in de vier uithoeken van het land verspreid is geraakt en nu rond TONGEREN hals over kop in de strijd wordt geworpen. Heel dit manoeuvre wordt uitgelegd met behulp van een kaart op schaal 1/100.000, gespreid op een tafel waarrond iedereen zich verdringt om toch maar een glimp op te vangen van de punten die hem interesseren.

De CADiv ( en Comd 2A) heeft alle groepscommandanten van zijn Regiment bij zich geroepen in zijn CP en de batterijen in alarmtoestand gebracht, van zodra hij het nieuws over de verplaatsing vernomen heeft. Bij stukjes en beetjes is hij er in gelukt de elementen die nodig zijn voor het verplaatsingsorder bij elkaar te schrapen..

Ondertussen zijn de Groepscommandanten aangekomen en omstreeks 21u15 deelt de Regimentscommandant hen het verplaatsingsorder mee. Het komt erop aan zo snel mogelijk een georganiseerde stelling met bunkers te verlaten en zich voor zonsopgang te begeven naar de streek van OTEPPE, aan de overkant van de MEHAIGNE. Er moeten zowat zestig kilometer worden afgelegd en daar de lentenachten erg kort zijn is dat bijna onuitvoerbaar. Maar iedereen zal zijn uiterste best doen….

Er is geen vaste weg uitgestippeld, maar de colonnes moeten in de omgeving van de MAAS blijven. Het eigenlijke doel van 2A is COURT-SAINT-ETIENNE. De 2de ID in BOORTMEERBEEK en haar artillerie in COURT-SAINT-ETIENNE: een nogal vreemde situatie. ( persoonlijke bemerking van Kol SBH TERLINDEN in de oorspronkelijke tekst – NVDR) . De CADiv wijst zijn groepscommandanten de te volgen wegen in de kantonnementen aan:

                        I/2A in VILLE-en-HESBAYE

                        II/2A in HUCCORGNE

                        III/2A in OTEPPE

                        IV/2A in VILLERS-LE-BOUILLET.

Deze reiswegen, in principe verschillend voor elke Groep, lopen allen over secundaire wegen en vermijden zo veel mogelijk de grote verkeersassen.

De Regimentscommandant zet zijn Groepscommandanten ertoe aan zo vlug mogelijk te vertrekken; de verwittigde batterijen zijn zich reeds volop aan het klaarmaken. Hij wenst hen veel geluk en vertrekt dan naar zijn nieuwe CP in het kasteel van graaf Philippe D’OULTREMONT in OTEPPE. Als die eenmaal is ingericht gaat hij op zoek naar zijn groepen, om de mars doeltreffend te controleren.

 

11 mei 1940

Op zijn zoektocht onderweg, bemerkt de CADIV, dat er hier en daar op de kruispunten lichtbakken op de grond zijn geplaatst. Zij wijzen er op dat het om beschermde wegen gaat. Wat er ook van zij: het is de enige aanduiding dat er ook beschermde wegen bestaan…. Op één kruispunt is er een lang oponthoud, veroorzaakt door de terugtrekking van gemotoriseerde cavalerie-eenheden in de richting van het noorden.

De Groepen worden op hun marswegen teruggevonden met een vertraging, die niet al te groot is. Enkel II/2Aheeft een aanzienlijke vertraging, maar die is vooral te wijten doordat zij onophoudelijk onder vuur is genomen en er zich bij het vertrek enkele moeilijkheden hebben voorgedaan. Deze moeilijkheden zijn vooral te wijten aan het gebrek aan ervaring van de jonge officieren, die ’s nachts verloren zijn gelopen en aan auto-ongevallen, veroorzaakt door een overhaaste vlucht voor de vijand; Na lange tijd te hebben rondgedoold in, door de vijand reeds bezet gebied, is een achtergebleven munitievoertuig er toch in geslaagd zich bij zijn Groep te voegen, dank zij het lofwaardige doorzettingsvermogen van een dappere brigadier!

De Regimentscommandant schrijft de eenheden voor om halt te houden, buiten het zicht van de vijand, in de dichtstbijzijnde beschutte plaats en daaruit de tocht met voertuigen voort te zetten, teneinde zo dicht mogelijk bij het voorgeschreven kantonnement te geraken.

In de morgenstond van 11 mei 1940 is de toestand van de groepen als volgt:

                        Staf/2A en III/2A zijn in OTEPPE

                        I/2A is in VILLE-en-HESBAYE;

                        II/2A is in HUCCORGNE en de omliggende dorpjes;

                        IV/2A bevindt zich in VILLERS-LE-BOUILLET

De hele nacht door hebben vijandelijke vliegtuigen de colonnes overvlogen, maar er waren geen incidenten. Een Frans escadrille, de enige bevriende vliegtuigen, die onze eenheden tijdens de campagne zullen te zien krijgen, overvliegt OTEPPE

Vanaf de MEHAIGNE komen de Groepen van 2A gemotoriseerde Fransen eenheden tegen. Zij zijn door de Belgische regering ter hulp geroepen in uitvoering van de bijstandsakkoorden, nadat de neutraliteit van België geschonden werd.

In de namiddag geeft de Regimentscommandant een verplaatsingsorder aan de Groepen om de streek van PERWEZ te bereiken; het vertrek is voorzien voor ’s avonds en de tocht zal gebeuren over secundaire wegen.

12 mei 1940

De mars gebeurt in vrij rustige omstandigheden en op 12 mei 1940 komen de groepen, bij dageraad, aan:

                        Staf/ 2A in PERUWELZ;

                        I/2A in GRAND-ROSIERE

                        II/2A in BONEFFE;

                        III/2A in GRAND-LEEZ;

                        IV/2A in LEUZE 

 

In de vroege morgen begeeft de CADiv zich naar COURT-SAINT-ETIENNE, in volle overtuiging daar in het gemeentehuis een afgevaardigde van de 2de ID te zullen vinden. Maar … er is geen mens!… Niemand is er op de hoogte van enige aanwezigheid van Belgische eenheden in de streek, noch van Belgische officieren. Wat heeft dit toch allemaal te betekenen?…

Na enkele vruchteloze pogingen om iemand te ontmoeten, die enigszins op de hoogte is van de toestand, tracht de kolonel in verbinding te komen met de Staf van de 2de ID, die zich in BOORTMEERBEEK moet bevinden. Dit blijkt echter een heel moeilijke opgave te zijn. Alle telefooncentrales zijn in handen van de Fransen en die kennen noch de commandant van de 2de ID noch de commandant van 2A.! Uiteindelijk, na vele discussies, stemmen de Fransen er in toe te communiceren met een volgende centrale en door een gelukkig toeval komt er een verbinding tot stand met de Staf van het 6de Li. Zo verneemt Kol SBH TERLINDEN dat de 2de ID een sector van de “K-W LIJN” bezet en dat haar HK zich bevindt in HEVER en dat ze bereikbaar zijn op telefoonnummer “nnnn”

Steeds opnieuw zijn er lange verbindingen nodig, die het, god-zij-dank, mogelijk maken in contact te komen met de Divisiecommandant. Aan de CADiv wordt bevestigd dat de divisie wel degelijk in stelling ligt in de sector BOORTMEERBEEK – RIJMENAM en dat men overweegt treinen te sturen naar COURT-SAINT-ETIENNE om 2A per spoor te vervoeren. De Divisiecommandant is echter niet bijster gelukkig met dit voorstel, temeer omdat hij reeds een groot gedeelte van zijn infanterievoertuigen heeft verloren, omdat de treinen, waarop zij vervoerd werden, door de Duitse vliegtuigen werden gebombardeerd. Er wordt dan ook overeengekomen, dat, zonder tegenbericht, 2A zijn terugtocht langs de weg zal voort zetten. De Regimentscommandant verzekert zijn Divisiecommandant dat hij het Regiment volledig ter bestemming zal brengen…

De CADiv keert onmiddellijk terug naar PERWEZ om de orders voor de verplaatsing op te stellen. In PERWEZ krioelt het van de Franse soldaten en van Franse gemotoriseerde eenheden. De opgeëiste voertuigen, in alle soorten en kleuren, rijden rond in alle richtingen, wat aan een circus doet denken. Vijandelijke vliegtuigen bombarderen alles en nog wat: PERWEZ davert op zijn grondvesten. Ook de grote wegen en de omgeving van PERWEZ worden periodiek gebombardeerd.

De Groepen van 2A, zorgvuldig verspreid en goed gecamoufleerd, hebben slechts weinig te lijden van deze luchtaanvallen. Enkel Groep III/2A ondergaat een hevig bombardement. De Regimentscommandant, telefonisch hiervan verwittigd, begeeft zich onmiddellijk ter plaatse. Reserveluitenant SMETS is zwaar gekwetst. Deze moedige officier-mitrailleur had het vuur geopend op vliegtuigen in duikvlucht. Hij bleef vuren tot een bom zijn mitrailleur trof, die totaal vernietigd werd. Hij zelf is overdekt met wonden: zijn hele lichaam zit vol granaatscherven. Hij wordt met een Franse ziekenwagen afgevoerd. Enkele bommen, afgeworpen op het bos, waarin de Groep schuilde, hebben niet al te veel schade aangericht. Helaas, er zijn toch twee doden en een tiental gekwetsten…

In de loop van de namiddag wordt 1LT VAN BUYLAERE, TRO bij de Staf/2A, naar het divisiehoofdkwartier gestuurd om het telefoongesprek van de voormiddag vanuit COURT-SAINT-ETIENNE te bevestigen. Er komt geen enkele bewegingsorder toe bij 2A en daarom hervat het Regiment zijn terugtocht bij valavond.

 

13 mei 1940

In de vroege morgen van 13 mei 1940 komen de Groepen van 2A aan:

                               Staf/2A in HEVERLEE;

                               I/2A in NETHEN;

                               II/2A in MOLLENDAAL;

                               III/2A in SINT AGATHA-RODE;

                               IV/2A in GOTTECHAIN.

Vanaf 04u45 hervatten ook de Messerschmitts hun dagelijkse ronden. De Duitsers hebben het totale luchtoverwicht; er zijn nauwelijks geallieerde vliegtuigen te bekennen.

De Regimentscommandant beseft dat vijandelijke tanks hem op de hielen zitten: hij wil zij Regiment zo snel mogelijk achter de DIJLE in veiligheid brengen. Maar de grote vermoeidheid van personeel en paarden is er de oorzaak van dat daar die dag niets van terecht komt, behalve voor III/2A, dat reeds aan de overkant van de rivier is, in SINT AGATHA-RODE.

In de loop van de dag begeeft de Commandant 2A ( en CADiv) zich naar het divisiehoofdkwartier, waar hij een persoonlijk gesprek heeft met de Divisiecommandant. Deze geeft hem zijn desiderata mee voor het gebruik van de artillerie in zijn sector. Nadien neemt Kol SBH TERLINDEN contact op met de Britse troepen in de sector. Hij wil er namelijk zeker van zijn dat de bruggen over de DIJLE niet worden opgeblazen, voordat zijn volledig Regiment er over is.

Het is een dag van grote ongerustheid… De Regimentscommandant vreest een doorbraak van de Duitse pantsers voor de avond valt. Ongeduldig wacht hij op het invallen van de duisternis om zijn Groepen in beweging te zetten. Gelukkig stopt de vijand  ’s nachts zijn activiteiten, doorgaans op het ogenblik dat onze eenheden zich gaan verplaatsen.

 

14 mei 1940

God zij dank!

Wat een opluchting! De laatste drie groepen van 2A zijn in veiligheid over de DIJLE. Het is hoog tijd! Vijandelijke elementen zijn genaderd tot op drie kilometer van de laatste Groep. Een veearts en zijn helper, die later vertrokken zijn, komen zelfs in een tankslag tussen Franse en Duitse pantsers terecht.

De CADiv heeft stellingen verkend en hij stuurt zijn Groepen naar hun opstelplaatsen, naarmate zij aankomen. Dank zij de auto, waarover hij beschikt, kan hij de verkenningen doordrijven tot op het echelon van de batterij. Zijn grootste zorg is de dissimulatie en de camouflage. Dank zij de vele oefeningen op het uitstekende terreintje van KESSEL bij LIER zijn de eenheden daar trouwens goed in getraind.

Op de “K-W LIJN” bestaat er een degelijk, ondergronds telefoonnet, maar de CADiv verneemt dit pas bij toeval als 2A zijn stellingen reeds verlaten heeft. Hij stelt ook vast dat er voorbereide artilleriestellingen zijn, maar dat de stellingdossiers ontbreken. Misschien is het beter zo; deze stellingen zijn waarschijnlijk reeds lang ontdekt door de vijandelijke verkenners.

In de voormiddag worden nieuwe verkenningen uitgevoerd om twee groepen van 10A, die in vuurversterking komen van de 2de ID,. op te vangen. Kol SBH TERLINDEN slaagt er nog in deze groepen te plaatsen op goede stellingen, maar het zijn wel de laatsten. Trouwens, een tegenbevel roept deze groepen al terug, nog voor ze zijn aangekomen.

De CADiv heeft zijn CP ondergebracht in het kasteel van SCHIPLAKEN, op drie minuten van het HK/Divisie. Eigenaardige en tragische bijzonderheid: het is zijn eigen woonst… Behalve de VIER organiek voorziene groepen van 2A, beschikt CADiv ook nog over een groep houwitsers 155 mm en een groep mortieren 220mmTR. Op bevel van het hogere echelon zijn deze mortieren gericht naar KAMPENHOUT – RELST.

De twee, hoger genoemde groepen vormen de “ OOSTGROEPERING” van de sector; I/2A en IV/2A vormen de “ WESTGROEPERING” en staan op stelling in SCHIPLAKEN. II/2A en III/2A zijn in rechtstreekse steun van de eenheden in eerste lijn: 5Li en 6Li. II/2A bezet een stelling in LAAR tussen BOORTMEERBEEK en HAACHT; III/2A bezet een bos ten noorden van het station HEVER-BIESTSTRAAT.

’s Namiddags worden enkele regelingsschoten afgevuurd. Er is ook een spijtig incident… Het 6Li meldt dat eigen projectielen in hun lijnen vallen. Onmiddellijk wordt een onderzoek ingesteld naar een mogelijke fout bij het richten, maar men kan

niets bewijzen. Overigens is het weinig waarschijnlijk dat een Batterij van 2A in dit incident zou betrokken zijn. Zij vuurden slechts trage regelingsschoten af en de infanteristen spraken van een regelrechte granaatregen….

 

15 mei 1940

Het moreel is goed!

Iedereen verwacht een glorierijke verdediging van deze stelling, die als hoofdweerstandslijn geldt en waarvan men de sterkte zozeer heeft geloofd. Maar deze “K-W LIJN” heeft ook een onbetwistbaar nadeel: zij is namelijk te star, te passief. Haar ononderbroken afsluiting met “COINTET-ELEMENTEN” grendelt zowel vriend als vijand af. De hoge, ijzeren hekken maken de stelling al te duidelijk zichtbaar en zij belemmeren de schootsvelden van de infanterie.

 

16 mei 1940

De CADiv wordt bij de CA van het Legerkorps geroepen: de toestand zier er slecht uit. Het Franse front, dat onze stellingen naar het zuiden verlengt, is ten noorden en ten zuiden van NAMUR doorbroken. Het Belgisch Leger moet zich terugtrekken op de SCHELDE.

De 2de ID moet het bruggenhoofd van GENT bezetten. Tegelijkertijd komt ook het bevel om de twee groepen korpsartillerie terug te trekken. Er moet zoveel mogelijk munitie worden meegenomen: de rest moet worden afgevuurd voor het vertrek. Kol SBH TERLINDEN geeft zijn treinen de opdracht een maximum aan munitie mee te nemen, wat dan ook gebeurt.…

Het terugtrekken op bevel van de 2de ID voorziet een eerste halte achter het zeekanaal BRUSSEL – WILLEBROEK.. Een achterhoede moet de aftocht dekken. Deze staat onder het bevel van Comd 6Li, die de Groep II/2A  - Maj CARDON de LICHTBUER- toegewezen krijgt.

De niet vervoerbare munitie wordt afgevuurd op de bossen van KEERBERGEN, waarvan men aanneemt dat er zich interessante doelen bevinden. Een inwoner van KEERBERGEN zal later vertellen dat een deel van deze schoten op een verzameling Duitse tanks is gevallen. Maar dit bericht kan nooit bevestigd worden… De artilleriegroep van de achterhoede blijft vuren tot 17 mei 1940 om 03u00, aldus een normale activiteit in de sector voorwendend. Zij voegt zich daarna bij de achterhoede- colonne en gaat in beschutting in IMPDE-WOLVERTEM.

 

17 mei 1940

Aan het einde van de etappe bevindt CADiv zich op het divisiehoofdkwartier in STEENHUFFEL. Zijn groepen zijn verdeeld onmiddellijk ten westen van het kanaal:

                        I/2A en IV:2A in WOLVERTEM;

                        II/2A en III/2A in IMPDE

Alles is kalm in het dorp, tot er plotseling een vreselijk kabaal ontstaat, vermengd met de kreten: “ Vlucht! Vlucht! De Duitsers komen!” Het zijn motorrijders van het EERSTE LICHT REGIMENT, die naar achter vluchten en rondom zich paniek zaaien. Wat gebeurt er?

Kol SBH TERLINDEN rent de CP uit en is getuige van een bedroevend schouwspel. Er heerst een totale verwarring… Volledig ordeloos hollen de batterijen van 10A onder een oorverdovend geraas over de kasseiweg voorbij. De kolonel tracht deze bende tegen te houden, maar hij moet opzij springen om niet verpletterd te worden. Een burger, op enkele passen van hem, komt er minder goed van af….

De eerste gedachte van de CADiv is het Korps te verwittigen, zodat deze een versperring kunnen oprichten. Maar wat baat het? De vluchtelingen zullen zelf wel voor het nodige alarm in de achterlijnen zorgen.

Belangrijker voor hem is te weten hoe zijn eigen manschappen er aan toe zijn. Onderweg ontmoet hij een groepscommandant van 10A, die de vluchtelingen probeert tegen te houden. De CADiv raadt hem aan in batterij te gaan om zijn mensen opnieuw in toom te krijgen. Hijzelf zet zijn moeizame weg verder, optornend tegen ene stroom vluchtelingen van alle rangen en alle wapens.

De weg van VILVOORDE naar AALST geraakt verstopt. Kolonel SBH TERLINDEN moet zijn wagen achterlaten en te voet verder trekken. Hij is geschokt door het geringe aantal infanterie-officieren die hij tegenkomt en die proberen deze vlucht te stoppen.

De eerste batterij van 2A, die hij ontmoet, is die van 1Lt R. HAELVOET (6/II/2A). Zij staat ingespannen, maar ordelijk nabij de grote baan. De jonge officier is uiterlijk kalm, maar enigszins ongerust over het schouwspel dat zich voor hem afspeelt. De Regimentscommandant geeft hem het bevel in batterij te gaan, zodanig dat hij de weg onder vuur kan nemen, als vijandelijke troepen zouden opdagen. Op zijn verdere tocht naar het noordoosten vindt de kolonel zijn vier groepen terug. Ze zijn wat verontrust, maar gelukkig nog in orde. De kolonel houdt menige vluchteling tegen en drijft hen, ondanks hun smeekbeden, terug naar het kanaal. Helaas, een artilleriebeschieting in de buurt verplicht hen in dekking te gaan en geeft aan de mannen de kans om, langs de sloten, opnieuw in alle richtingen te verdwijnen.

Uit de toestand blijkt dat de eenheden van de divisie – en ook andere – opgesteld waren achter een verdedigingslijn, waarvan zij dachten bescherming te genieten, maar die slecht werd verdedigd en daardoor bij de eerste aanval al begaf. Tijdig ingelicht zou de artillerie gemakkelijk één batterij per groep in stelling hebben kunnen brengen, zonder te schaden aan de noodzakelijke rust. Met enkele goedgerichte schoten zouden zij de oprukkende vijand, die waarschijnlijk nog weinig talrijk was op dat ogenblik, hebben kunnen tegen houden. Nu kwam de vijand aan een hindernis, die nauwelijks verdedigd werd en hem slechts zolang ophield tot de doorgangen waren vrijgemaakt. Helaas, dat is nu eenmaal het lot van een leger van voet- en paardenvolk, dat tegenover een sterk gemotoriseerde vijand komt te staan. Trouwens, het dient hier vermeld te worden, dat het ontbreken van informatie over de werkelijke toestand tussen 10 en 28 mei 1940 een constante was. ( Persoonlijke opmerkingen van Kolonel SBH TERLINDEN in de oorspronkelijke tekst- NVDR)

Die avond wordt het terugtrekkingsorder, zoals het door de divisie was voorgesteld, door het Legerkorps bevestigd.

 

18 mei 1940

De batterijen van 2A hervatten hun mars. Die dag kantonneren zij:

                        I/2A in GIJZEGEM;

                        II/2A en IV/2A in LEDE;

                        III/2A in NEERPORTEN.

De Staf/2A bevindt zich bij het HK/Divisie in het klooster van GIJZEGEM. De eenheden zijn hier nog dicht achter de DENDER; zij ondergaan wat artillerievuur in hun kantonnementen, maar dat blijft zonder veel erg.

Zoals elke dag doet de Regimentscommandant een ronde bij zijn Groepen. Hij vindt ze allen in orde, behalve bij IV/2A in LEDE. Enkel de 11de Batterij – Cdt CAMBIER – is daar! Kolonel SBH TERLINDEN verneemt van deze officier dat de Groepscommandant, Cdt DETHY, hals over kop met de rest van de groep over de SCHELDE is getrokken, zogezegd op bevel van enkele stafofficieren van de divisie. (?…)

In de namiddag worden de stellingen verkend voor de verdediging van het bruggenhoofd GENT. De 5de Batterij van II/2A wordt ter beschikking gesteld van 1 ChA en zal later zijn Groep vervoegen in LEMBERGE.

 

DE GEVECHTEN OM HET BRUGGENHOOFD GENT

 

19 mei 1940

In de prille ochtend van 19 mei 1940 installeert de 2de ID zich in het bruggenhoofd GENT:

III/2A, in de sector NOORD, is in rechtstreekse steun van 5 Li en bezet een stelling dwars over de spoorlijn BRUSSEL – GENT, ten westen van MELLE.  II/2A, in de sector ZUID, is in rechtstreekse steun van 6Li en bevindt zich in LEMBERGE;                

I/2A en IV:2A (-) staan in batterij, gedissimuleerd, nabij het tehuis voor zenuwzieken. De CP van het Regiment bevindt zich bij het HK/Div in MERELBEKE, op het kasteel van baron VERHAEGEN.

Al deze stellingen zijn goed gecamoufleerd. Het lijkt er zelfs op dat het bruggenhoofd goed verdedigd is. Er zijn zelfs enkele betonnen schuilplaatsen; de sleutel is evenwel niet altijd vindbaar, zodat men sommige deuren moet laten springen. Spijtig genoeg is er geen enkele prikkeldraadversperring. Het dicht begroeide land maakt de waarneming moeilijk. De inrichters hebben geen enkele speciale waarnemingspost voorzien en dat is wel fataal, juist nu in deze tijd van het jaar de gewassen reeds hoog en groen staan. Zij laten een gemakkelijke infiltratie van de vijand toe. Voor defensieve operaties is dat niet zo een gunstige situatie, maar dat hebben we niet zelf in de hand.

De 19 mei 1940 is een prachtige lentedag: de zon schijnt lekker warm. De verdedigers genieten volop van deze heerlijke dag; zij leggen zich te zonnebaden langs de bermen van hun schuilplaatsen of slaan een babbeltje met de boeren uit de omtrek. Zij schijnen er zich geen rekenschap van de geven dat ze elk ogenblik kunnen aangevallen worden…

Zoals overal elders zijn de inlichtingen over de vijand “NIHIL” en deze over de eigen troepen meer dan vaag. Zo maakt Kolonel SBH TERLINDEN zich zorgen over zijn linkerflank. Hij heeft eens gehoord dat de SCHELDE zou verdedigd worden vanaf zijn monding, om aldus een opvangstelling “ VLAANDEREN” te vormen. Hij weet ook dat het CAVALERIEKORPS de SCHELDE zal verdedigen vanaf ZEELAND tot GENT, maar vindt dat toch maar een erg groot front voor deze eenheid.

 Hij veronderstelt wel dat nog andere eenheden  andere kwartieren van dit bruggenhoofd tussen het kanaal GENT – TERNEUZEN en de SCHELDE zullen bezetten en aldus de noorderflank van de stad beveiligen. Hij is echter helemaal niet op de hoogte van het feit dat het CAVALERIEKORPS, achteruit geduwd uit het WAASLAND en het gebied van de BENEDEN-SCHELDE , van zijn mobiliteit gebruik zal maken om zich in één trek achter het noordelijke deel van het kanaal GENT – TERNEUZEN terug te trekken . Deze terugtocht zal zelfs gebeuren vanaf 19 mei 1940 ‘s avonds.

Op deze wijze komt heel de linkerflank van de sector “ NOORD” bloot te liggen en kan dus vanuit de flank bestookt worden. In een goede ingeving neemt Kol SBH TERLINDEN de twee batterijen van III/2A, die ten noorden van de spoorweg staan, terug en laat hen stelling nemen achter de beschermende hoge spoorwegberm . ’s Anderendaags zal de opgegeven stelling trouwens zwaar gebombardeerd worden door vijandelijke artillerie, opgesteld in de flank. Vuren van deze aard houden de hele dag aan en op deze manier worden er eenheden in de rug beschoten, wat dan weer aanleiding geeft tot geruchten als zouden deze vuren van de eigen artillerie afkomstig zijn.

In de loop van 19 mei 1940 komen ook de twee verloren batterijen en de staf van IV/2A terug bij het Regiment. Zij werden nabij GAVERE door een stafofficier ontdekt en terug gestuurd naar het Regiment.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

20 en 21 mei 1940

Tijdens één van zijn dagelijkse inspectietochten maakt de Regimentscommandant bij I/2A en IV/2A een luchtaanval mee. Ondanks het feit dat steeds meer vluchtende soldaten, zonder wapens of uitrusting, door de stellingen hollen, houden de manschappen zich kranig. De projectielen vallen in alle richtingen, maar zijn gelukkig van geen zwaar kaliber. Alleen het sanatorium wordt zwaar getroffen: er zijn meerdere doden. Om zijn manschappen moed te geven en op andere gedachten te brengen laat de kolonel een aantal batterijvuren uitvoeren.

Trouwens, de artillerie heeft zich gedurende die drieëneenhalf dagen strijd steeds fel geweerd en het is zonder twijfel aan haar te danken dat de stelling zolang kon gehouden worden, ondanks de hachelijke momenten bij de doorbraak nabij KWATRECHT.

Onze stukken zijn bijna voortdurend in actie. De uitwerking van hun vuren kan, dank zij enkele tegenaanvallen, ter plaatse worden vastgesteld. Dank zij een degelijke camouflage wordt geen enkele batterij systematisch onder vuur genomen. Wel ondergaan alle batterijen sporadisch enkele bombardementen door vliegtuigen of door artillerie. De vijandelijke artillerie beperkt zich meestal tot korte maar massieve neutralisaties op die plaatsen waar zij artillerie vermoeden. Door hun groot aantal treffen deze beschietingen ook min of meer onze batterijen. De 2de en 5de Batterij  lopen daarbij enkele minieme verliezen op. Gelukkig heeft de vijand geen enkel gejusteerd of waargenomen vuur uitgevoerd. Het munitie-echelon, onder bevel van Cdt Res GRISAR, heeft onder uiterst moeilijke omstandigheden blijk gegeven van moed en uithoudingsvermogen.

 

22 mei 1940

Gedurende die dag krijgt de 2de ID het bevel zich terug te trekken en dit ondanks het feit dat zij haar posities, behalve bij KWATRECHT, heeft kunnen behouden. Deze terugtocht wordt evenwel noodzakelijk door gebeurtenissen die zich buiten haar sector hebben afgespeeld. Bij de gevechten rond KWATRECHT verliest 2A ZEVEN doden en VIJFENTWINTIG gekwetsten…

De CADiv deelt aan de Groepscommandanten de bewegingsorders mee en begeeft zich naar de brug van ZWIJNAARDE om er zijn Regiment te zien passeren. Bij afwezigheid van een afgevaardigde van de Divisie, regelt de kolonel persoonlijk het verkeer op de brug. Via de zuidoostrand van GENT en DRONGEN gaat de Divisie een sector bezetten op het afleidingskanaal van de LEIE.

De CP van het Regiment, wordt samen met het HK/Div, ingericht in het kasteel KERKHOVE in BELLEM. 2A gaat stellingen bezetten:

I/2A ten oosten van BELLEM;

II/2A in steun van 5Li nabij het kasteel BOUSIE;

III/2A in steun van 28 Li in de ondersector ZUID;

IV/2A ten noorden van BELLEM.

Er is geen andere artillerieversterking!

 

23 mei 1940

Naarmate de Groepen in de voormiddag aankomen, nemen zij de aangeduide stellingen in. Zij zullen daar blijven tot de avond van 27 mei 1940.

Vanaf 24 mei 1940 is er weliswaar contact met de vijand, maar de stellingen van de 2de ID worden niet echt aangevallen. Talrijke vuren worden uitgevoerd. Zo voert IV/2A een zeer geslaagd vuur uit op een vijandelijke waarnemingspost in de kerktoren van MERENDREE. Maar voor een dergelijk massief doel is de granaat van 105mm te zwak en er is geen Korpsartillerie in de buurt, waarop de CADiv beroep kan doen.

Ook II/2A voert talrijke vuuropdrachten uit, vooral op het park van MERENDREE. Een vijandelijk artilleriestuk nabij het kanaal kan worden uitgeschakeld.

De vijand begint nu ook een ware zenuwoorlog: talrijke pamfletten worden overvloedig uitgestrooid boven de Belgische troepen. In tendentieuze bewoordingen worden de soldaten aangemaand de wapens neer te leggen. Van Belgische zijde wordt er weinig of niets ondernomen om deze tactiek van beïnvloeding tegen te gaan. Het moreel van de troepen begint er venwel onder te lijden! ( Een paar van dergelijke pamfletten zijn afgedrukt op de volgende bladzijde – NVDR)

Kol SBH TERLINDEN, overtuigd dat de waarheid recht moet worden gedaan, stelt inderhaast zelf een tekst op voor een tegen-pamflet. Hij stuurt een officier naar BRUGGE om tienduizend exemplaren te laten drukken. Met het akkoord van de Divisiecommandant wordt dit pamflet verspreid onder de troepen. Later zal het GHK deze tekst onder het hele Belgische Leger verdelen. (De tekst van dit pamflet, in zijn originele taal, is eveneens afgedrukt hierna – NVDR)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

2de ARTILLERIEREGIMENT                                                                                  Te Velde, 28 mei 1940

                  STAF

 

 

I N L I C H T I N G S B U L L E T I J N

-------------------------------------------------

 

Het fransch leger heeft belangrijke stellingen op het front van de Somme hernomen. De bondgenoten zijn daar de meesters over den toestand.

De Engelschen hebben een hevig duitschen aanval tegen Kortrijk gestopt; de Franschen een ander aanval tegen Mont Medy.

Tien van de duitsche vliegtuigen die ons overvlogen om de Engelsche kust te bombarderen werden neergehaald.

Twee hollandsche onderzeeërs gelukten erin, ondanks de mijnen, de britsche vloot te vervoegen.

Een hollandsch destroyer en twee torpedojagers hebben een vliegplein der hollandsche kust aangevallen en vernielden er twaalf duitsche vliegtuigen. Door grootere duitsche luchtmachten aangevallen, hebben zij tot den dood toe, gevochten.

Door ’t algemeen verbetert den toestand.

 

Op onzen rechterkant hebben de duitschen de Leie overschreden ten Noorden van Deynze, een zeker aantal verraders hebben de hunne  wapens neergelegd.

Tegen anvallen die thans in gang zijn hebben het grootste deel van de verloren grond hernomen. Aldus zal de moedeloosheid en de lafheid van enkelen soldaten het leven gekost hebben aan tal van goede soldaten die een grond moeten heroveren die nooit had moeten verloren worden.

Hier in onzen sector, ben ik persoonlijk naar de brug van Meerendre geweest om over ons schieten te kunnen oordeelen. Ik heb vastgesteld dat de vijandelijke oever vol velos lag door een duitsche cyclisten Compagnie achtergelaten.

Ik heb ook met eigen oogen, duitsche brancardiers talrijke lijken zien oprapen, slachtoffer van ons geschut.

 

De Kolonel S.B.H. Baron

TERLINDEN

Commandant van het 2.A.

 

 Get;

TERLINDEN

 

Afschrift van het inlichtingenbulletin, in het oorspronkelijk taalgebruik, dat Kol SBH TERLINDEN op 10.000 exemplaren liet verspreiden als recatie op de Duitse pamflettenoorlog.

 

26 mei 1940

Om 17u00 is er weer een betreurenswaardig incident. De CADiv, hoort in zijn bureau, een telefoongesprek waarbij de G2/Div van een waarnemer het bericht ontvangt : “ De 28ste loopt over naar de vijand via de brug van MERENDREE!”  Kol SBH TERLINDEN neemt de hoorn over en laat zich uitleggen wat er precies gebeurt. Als even later een gelijkaardige melding van een andere waarnemer binnenloopt, is er geen twijfel mogelijk. De CADiv alarmeert onmiddellijk de geïnteresseerde batterij en laat zonder aarzelen een afsluitingsvuur  uitvoeren op de brug van MERENDREE. Tegelijkertijd krijgen alle beschikbare batterijen het bevel de voorziene vuren op de toegangswegen en de omgeving van de brug uit te voeren. Vervolgens wordt ook de Divisiecommandant ingelicht. Deze begeeft zich onmiddellijk ter plaatse om de vlucht te doen stoppen….

Even later gaat ook CADiv, die steeds geoordeeld heeft dat een artilleriechef zich ook vooraan moet tonen, ter plaatse. Vergezeld van Kol DEMART, commandant van 28 Li, stelt hij vast dat de brug van MERENDREE, zoals alle gesprongen kunstwerken in BELGIE, slechts ingezakt is. Enkel de schrik voor natte voeten kan de enige hinderpaal zijn om over te steken. De officieren stellen ook vast dat op de Duitse zijde van de oever heel wat materieel, moto’s en fietsen zijn achtergelaten door de troepen, die getracht hebben de stelling binnen te dringen. Patrouilles hebben op die oever overigens tien lijken van Duitse militairen gevonden…

 

27 mei 1940

Andermaal moeten de Groepen van 2A terugtrekken ten gevolge van een doorbraak in het front links van de eigen sector. De Groepscommandanten krijgen het bevel:

II/2A en III/2A moeten, onder bevel van Comd III/2A, een steuneenheid vormen voor elementen van 6Li, dat de achterhoede levert. Na deze opdracht moeten deze Groepen zich terugtrekken tot RUISELEDE en er hun nieuwe stellingen bezetten.

I/2A en IV/2A moeten onmiddellijk terugtrekken naar AALTER en er een verdedigingsstelling bezetten in steun van 28Li. Deze groepen zullen later ook de streek van RUISELEDE vervoegen.

 

CADiv begeeft zich onmiddellijk naar RUISELEDE om er de stellingen voor zijn twaalf batterijen te verkennen. Zijn CP richt hij in in het “Verbeteringsgesticht” aldaar. Daar werkt hij ook het vuurplan voor de verdediging van de sector uit en wacht er op zijn batterijen.

Bij valavond krijgt hij echter orders om een nieuwe verdedigingsstelling te bezetten nog verder naar achter gelegen. Tevens krijgt hij ook het verzoek zijn STANDAARD  binnen te leveren op het HK/Div.

De vijandelijke luchtmacht ontplooit een nooit geziene activiteit. Het lijkt wel of de vliegtuigen een wandeling in de lucht maken en aanvallen kunnen al wat zij maar willen. Trouwens er liggen voldoende interessante doelen voor het grijpen….

 

28 mei 1940

Ten koste van heel wat moed en hardnekkigheid gelukken de stafofficieren van 2A erin de Groepen te bereiken en hen op de hoogte te stellen van de nieuwe situatie. Zij vorderen steeds moeizamer op de verstopte wegen, waar elk kruispunt een nieuwe flessenhals is. Daarenboven worden zij voortdurend bestookt door een niet aflatende vijand.

Als de Groepen zijn aangekomen in de streek van RUDDERVOORDE – VELDEGEM vernemen zij daar op 28 mei 1940 in de vroege morgen het fatale nieuws:

                        Het Belgisch Leger heeft de wapens neergelegd!

 

2A staat klaar om op deze fatale dag, ondanks alles, het gevecht voort te zetten zoals voorheen, bewust van het feit dat het zijn plicht heeft gedaan. Het Regiment is quasi nog volledig. Tussen LIEGE en BRUGGE heeft het slechts dat personeel en materieel verloren dat door normale sleet of ongevallen verloren gingen. Enkele dapperen hebben hun leven verloren in de gevechten….

De Divisiecommandant erkent in zijn dagorder de waarde van Kol SBH Baron TERLINDEN. Deze vermelding eert niet enkel de chef, maar ook het hele Regiment dat hij vertegenwoordigt.

 

Kolonel SBH TERLINDEN publiceert volgend dagorder:

 

 

2de ARTILLERIEREGIMENT                                                                                  Te Velde, 28 mei 1940

                  STAF

 

Artilleristen van mijn Regiment,

Het noodlot heeft ons vervolgd vanaf het begin van de oorlog. Aangevallen door een vijand, talrijker en beter uitgerust dan wij, verpletterd door een talrijke luchtmacht, onvoldoende geholpen door onze bondgenoten, werden we teruggedrongen van stelling tot stelling, tot in de uithoeken van ons land.

Z.M. de Koning, bezorgd om nog meer onnodig bloedvergieten te vermijden, in een hopeloze toestand, heeft een einde gemaakt aan de vijandelijkheden.

De Koning is nog steeds tussen ons!

Ik houd er aan U mijn dank uit te spreken voor de wijze waarop gij U gedragen hebt gedurende deze operaties. 2A heeft op een bewonderenswaardige en permanente wijze zijn werk gedaan, zowel tijdens het gevecht als in de moeilijke terugtocht.

Ik ben fier op mijn Regiment!

Ik reken erop dat het ook nu in deze pijnlijke omstandigheden, een toonbeeld van orde en tucht blijft.

 

Kol SBH Baron TERLINDEN

Commandant van 2A

 

Voor de meeste militairen van 2A begint nu de pijnlijke weg van de krijgsgevangenschap. Voor sommige officieren zal die vijf jaren duren. Anderen zullen actief worden in de weerstand en de vijand blijven bestrijden met ongelijke wapens en soms ten koste van hun leven. Een minderheid zal de gevaarlijke overtocht naar Groot-Britannië wagen en zich melden bij de Belgische Strijdkrachten aldaar. Zij zullen de basis leggen voor een glorierijke terugkeer naar het bevrijde Vaderland in september 1944.

 

VIJF JAREN LANG SCHRIJFT 2A GEEN GESCHIEDENIS MEER!

 

Naar Menu Deel IV