Deel V, 1953

 

Tijdens de regimentsfeesten van 14 maart 1953 wordt op het paradeplein van het kwartier  “PEPINSTER” een nieuw dodenmonument  ingehuldigd. Het stelt een gekanteelde toren voor, verwijzend naar de legende van Barbara, en draagt een bronzen plaat met het opschrift:

 

 AAN ONZE DODEN

14 - 18      40 – 45

 

 

Tijdens deze feesten wordt door de Muziekkapel van de EERSTE INFANTERIEBRIGADE, o.l.v. OLt DUYCK, de “ MARS VAN 2A” uitgevoerd. Deze mars werd reeds in 1935 gecomponeerd door Honoré  Rimbout, maar na de oorlog nog niet eerder uitgevoerd.

Het regiment heeft ook een officiële muziekkapel gehad van 1837 tot 1842. De muziekkapel werd in 1861 heropgericht als fanfareorkest en werd achtereenvolgens geleid door de Trompetter-Majoors J.Vergeylen, A Coutelier en Honoré Rimbout(1880-1950). Deze laatste schreef de Mars van het Regiment die achteraf voor harmonieorkest bewerkt werd door kapelmeester Arthur Depestel. (De uitvoering is te horen op de website van http://2de-artillerie.be onder de muzieknoot.)

 

De opperaalmoezenier, Mgr CAMMAERT, zegent op 26 juli 1953 de nieuwe kapel van het kwartier in. Zij is toegewijd aan de heilige BARBARA en de glasramen zijn door eigen kunstenaars, in het kader van de “ BEROEPSOPLEIDING” heel mooi beschilderd met de wapenschilden van de provincies. Zeven kinderen van beroepsmilitairen doen tijdens deze plechtigheid hun Plechtige Communie.

 

In de maand augustus is er tweemaal hoog bezoek bij 2A. Op  7 augustus 1953  bezoekt LtGen PIRON, Stafchef van de Landmacht, het bataljon en op 12 augustus 1953 is de heer DEGREEF, Minister van Landsverdediging, aan de beurt.

 

Op 21 september 1953 bezoeken meerdere  politieke mandatarissen het bataljon. Het zijn de heren LEFEVERE, voorzitter van de CVP; LIEBAERT, voorzitter van de Liberale Partij; SPINOY, ondervoorzitter van de BSP en senator BAERT. Zij zijn vergezeld van GenMaj TEMMERMAN, commandant van het Paleis der Natie; Maj LACROIX, attaché bij het kabinet MVL en Maj ZARRI, chef van het Opvoedings- en Welfarebureau van het 1ste LEGERKORPS. Behalve naar het  demonstreren van  militair materieel, gaat de belangstelling van het gezelschap vooral uit naar de sociale voorzieningen en de infrastructuur. Veel aandacht besteden de bezoekers aan de “ BEROEPSOPLEIDING”, een wekelijks programma waarmede de eenheden hun miliciens proberen voor te bereiden op een beroep in het burgerleven.

Naar 1954