Deel I, Hoofdstuk 3

 

DE EERSTE REGIMENTEN
Van 1836 tot 1869

 

Op 21 februari 1836 verschijnt er een nieuw Koninklijk Besluit over de organisatie van de Artillerie. Met dit besluit wilt de koning de organisatie van de artillerie-eenheden beter aanpassen aan de noden van de dienst en vooral de mogelijkheden, waarover dit wapen beschikt, beter benutten. Hij hoopt daarmee de opleiding te verbeteren en de administratie eenvoudiger en doeltreffender te maken.

De bestaande eenheden veld- en vestingartillerie worden gegroepeerd in DRIE REGIMENTEN, genummerd 1, 2 en 3.
Elk Regiment zal bestaan uit:

  1. EEN Staf;
  2. ZES Batterijen bereden of te paard;
  3. ZES batterijen vestingartillerie;
  4. EEN batterij depot.

 

HET TWEEDE ARTILLERIEREGIMENT IS NU DEFINITIEF OPGERICHT!

 

 

organigram 1836

 

Het TWEEDE ARTILLERIEREGIMENT ( 2A) bestaat uit de volgende batterijen:
de 7de Batterij te Paard
( vroeger 6de batterij te paard, opgericht in TOURNAI op 10.12.1830)
de 8ste Batterij te Paard
( nog op te richten in 1837)
de 9de Bereden Batterij
( opgericht in TOURNAI op 10.12.1830)
de 10de Bereden Batterij
( opgericht in TOURNAI op 10.12.1830)
de 11de Bereden Batterij
( vroeger 1Cie/2 Bn vestingartillerie, opgericht in NAMUR op 10.11.1830)
de 12de Bereden Batterij
( vroeger 1Cie/2 Bn vestingartillerie, opgericht in NAMUR op 10.11.1830)
de VIIe Batterij Vestingartillerie
 ( vroeger 2Cie/2 Bn vestingartillerie, opgericht in NAMUR op 10.11.1830)
de VIIe Batterij Vestingartillerie
( vroeger 4Cie/2 Bn vestingartillerie, opgericht in NAMUR op 10.11.1830)
de IXe Batterij Vestingartillerie
( vroeger 5Cie/2 Bn vestingartillerie, opgericht in NAMUR op 10.11.1830)
de Xe Batterij Vestingartillerie
( vroeger 6Cie/2 Bn vestingartillerie, opgericht in NAMUR op 10.11.1830)
de XIe Batterij Vestingartillerie
( vroeger 2Cie/1Bn vestingartillerie, opgericht in IEPER op 10.11.1830)
de XIIe Batterij Vestingartillerie
(vroeger 6Cie/1 Bn vestingartillerie, opgericht in IEPER op 10.11.1830)
de 2de Batterij Depot

 

Nauwelijks enkele maanden na hun oprichting gaan de 7de Batterij te Paard en de 9de en 11de Bereden Batterij van 2A deel uitmaken van het zogenaamde “OBSERVATIELEGER “, dat de Noordelijke grens van ons land moet bewaken en de Hollandse troepen beletten opnieuw binnen te vallen. Dit “ OBSERVATIELEGER” bestaat uit EEN “Voorhoedebrigade” en DRIE Divisies

Op 19 april 1839 is het dan eindelijk zo ver: in LONDON wordt een aangepast protocol, het “ VERDRAG DER XXXIX ARTIKELEN” ondertekend. HOLLAND erkent nu eindelijk de Belgische onafhankelijkheid. Ons land moet wel een zware tol betalen: een gedeelte van de provincies LIMBURG en LUXEMBURG wordt ons ontnomen. Ook de vrije doorvaart op de Schelde blijft nog onderworpen aan een tol., maar onze politici hebben dit er graag voor over in ruil voor vrede en rust. Na negen moeilijke jaren komt er definitief een einde aan de Belgische Revolutie…

Ons leger zal opnieuw een aantal hervormingen ondergaan, aangepast aan de nieuwe politieke toestand en beïnvloed door de ontwikkelingen in binnen- en buitenland. Generaal WILMAR, Minister van Oorlog, meent op 17 mei 1839 dat ons land zijn  Krijgsmacht meer moet afstemmen op zijn geografische ligging en zijn financiële mogelijkheden. En dus worden er nieuwe hervormingsplannen gesmeed……

Op 4 juni 1842 oordeelt ZM de Koning dat de werking van de ARTILLERIE beter gecoördineerd moet worden; de organisatie ervan moet worden aangepast aan de dienstnoodwendigheden en in overeenstemming gebracht met de neutraliteit die ons land thans kent.
Hij besluit dat de Artillerie voortaan zal bestaan uit:

  • EEN Staf;
  • VIER Regimenten, genummerd 1, 2, 3 en 4;
  • VIERENTWINTIG Belegeringsbatterijen;
  • EEN Compagnie Pontonniers;
  • EEN Compagnie Artilleriewerklieden;
  • EEN Compagnie vuurwerkmakers;
  • EEN Eskadron Treinsoldaten.

organigram 1842

Het TWEEDE ARTILLERIEREGIMENT (2A) bestaat vanaf nu uit:

Tengevolge van deze organisatie verliest het Regiment zijn TWEE Batterijen te Paard, die de 3de en 4de Batterij te Paard van 1A zullen worden. De batterijen worden nu genummerd als volgt:

n1

Een reorganisatie van 20 juni 1845 heeft plaats zonder aan de samenstelling van 2A te raken. Samen met 3A vormt het Regiment nu de “ TWEEDE ARTILLERIEBRIGADE “ Ook het K.B. van 31 augustus 1853 , dat het Belgisch leger terug op vredesvoet brengt, wijzigt niets aan de samenstelling van het Regiment.

In 1868 komt er dan een nieuwe organisatie, die drastisch zal veranderen wat tot nu toe bestaan heeft. Op 15 april 1868 bepaalt een K.B. dat het Korps van de Artillerie zal bestaan uit:

EEN Staf;
ZES Regimenten : DRIE Regimenten Veldartillerie;
                              DRIE Regimenten Vestingartillerie;
EEN Compagnie Pontonniers;
EEN Compagnie Vuurwerkmakers;
EEN Compagnie Wapensmeden;
EEN Compagnie Werklieden;
TWEE Compagnies Treinsoldaten.
Het Regiment verliest dus zijn Batterijen Vestingartillerie en wordt voortaan een zuiver Regiment Veldartillerie. Zijn benaming zal trouwens zijn:

 

2eme REGIMENT D’ ARTILLERIE DE CAMPAGNE (2A)

 

Het telt nu, behalve een STAF, ACHT BEREDEN BATTERIJEN en EEN BATTERIJ DEPOT.  De batterijen zijn genummerd van 5 tot 12; elke batterij beschikt over ACHT stukken.

organigram 1868

 

Naar Hoofdstuk 4