Deel I, Hoofdstuk 4

 

NOG REORGANISATIES

van 1868 tot 1914

 

Wie nu denkt dat we met deze samenstelling aan het einde van de hervormingen zouden zijn, heeft het mis voor. Politieke gebeurtenissen over onze grenzen werpen hun schaduw vooruit en verplichten het Belgische Leger tot grotere waakzaamheid. De “ FRANS – DUITSE OORLOG” in 1870 – 1871 verplicht ons land zijn leger andermaal op oorlogsvoet te zetten. De vier militaire omschrijvingen worden tijdelijk afgeschaft.

Het Belgisch Leger bestaat nu uit TWEE delen:

  • EEN “ OBSERVATIELEGER” onder het bevel van LtGen Baron CHAZAL;
  • EEN “ LEGER ANTWERPEN” onder bevel van LtGen EENENS.

DRIE batterijen van 2A maken deel uit van het “OBSERVATIELEGER”:

  • de TIENDE Batterij bij de 2de Divisie van het Iste Corps:
  • de ZESDE enZEVENDE batterij bij de 5de Divisie van het IIde Corps;

De overige Batterijen ( 5e,  8e, 9e, 11e en 12e ) zijn ingedeeld bij de “ARTILLERIERESERVE” onder bevel van GenMaj LEURS.

Vanaf 23 juli 1870 nemen de eenheden van het “ OBSERVATIELEGER” stellingen in op de hoogvlakten tussen het Maas- en Scheldebekken. Van hieruit kan zowel de oostgrens als de zuidgrens bewaakt worden en kunnen de eenheden snel het eventueel bedreigde gebied bereiken.

Op 9 augustus 1870 trekken onze Strijdkrachten nog meer vooruit tot over de Maas. Op 22 augustus 1870 vestigt het HK zich in NAMUR / NAMEN. Enkele dagen later wordt nog een nieuwe sprong vooruit gemaakt: het Iste Corps betrekt nu stellingen tussen DINANT en ARLON / AARLEN. Zijn voorposten staan opgesteld langs de oevers van de SEMOIS, vlakbij de Frans-Belgische grens. Het IIde Corps is verspreid langs de linkeroever van de Maas en zijn lijn bereikt de plaatsen COUVIN en CHIMAY.

Op 29 september 1870 stoppen de vijandelijkheden tussen Duitsland en Frankrijk en ons land voert de militaire omschrijvingen terug in. Maar een sterke troepenmacht blijft evenwel onze oost- en zuidgrens bewaken, tot aan de ondertekening van de wapenstilstand tussen beide landen op 28 januari 1871. Een K.B. van 5 maart 1871 brengt ons Leger terug op vredesvoet.

In 1874 volgt er een nieuwe reorganisatie. Deze beoogt, alle verhoudingen in acht genomen, het aantal vuurmonden in overeenstemming te brengen met wat de Duitsers in de oorlog van 1870 op het terrein hadden gebracht.

Het Korps van de Artillerie bestaat nu uit: 

  • EEN Staf
  • ZEVEN Regimenten:
    • VIER Regimenten Veldartillerie, nummers 1, 2, 3 en 4.
    • DRIE Regimenten Vestingartillerie, de nummers 5, 6 en 7
  • Speciale Compagnies

De Regimenten zijn niet meer identiek samengesteld.

Zo hebben het EERSTE en DERDE Regiment Veldartillerie elk ACHT bereden batterijen en TWEE batterijen reservisten.

Het TWEEDE en VIERDE Regiment daarentegen tellen elk ZEVEN Bereden batterijen, TWEE batterijen Te Paard en slechts EEN batterij reservisten.

Elke batterij beschikt over ZES stukken.

De batterijen Vestingartillerie tellen elk ZESTIEN batterijen Vestingartillerie; EEN batterij reservisten en EEN batterij depot.

De reorganisatie van 1889 brengt de Artillerie op VIER Regimenten Veldartillerie en VIER Regimenten Vestingartillerie. Zij laat de samenstelling van 2A ongemoeid… Ook de reorganisatie van 1902 raakt niet aan de samenstelling van het Regiment. Korte tijd later evenwel gaan de TWEE Batterijen te Paard ( 18e en 19e batterij) over naar de artillerie van de 2de Ruiterijdivisie.

In het 1910 komt er een nieuwe reorganisatie in het leger. Het K.B. van 25 juni 1910 brengt het aantal artillerieregimenten op ACHT.

De ONPARE Regimenten zijn samengesteld uit:

  • EEN Staf
  • ZES Bereden batterijen
  • TWEE Batterijen Reserve
  • EEN batterij Depot.

De PARE Regimenten, waaronder 2A, tellen:

  • EEN Staf;
  • ZES Bereden Batterijen;
  • EEN Batterij Reserve
  • EEN Batterij Munitie.

In elk Regiment worden DRIE batterijen verzameld in een “ GROEP”.

Het TWEEDE REGIMENT VELDARTILLERIE (2A) bestaat nu uit:

  • een Regimentsstaf;
  • de EERSTE GROEP (I/2A) met de 7e, 8e en 9e Bereden Batterij;
  • de TWEEDE GROEP (II/2A) met de 10e, 11e en 12e Bereden Batterij;
  • de DERDE Batterij Reserve;
  • de EERSTE Batterij Munitie.                                                                  

Op 29 mei 1913 aanvaardt het Parlement de “Wet op de Persoonlijke Dienstplicht”, waardoor elke mannelijke inwoner van het land verplicht wordt zijn legerdienst te doen.

Op 11 november 1913 besluit de ministerraad tot een nieuwe indeling van het leger en van haar artillerie. De Infanteriedivisies worden opgesplitst in GEMENGDE BRIGADES, samengesteld uit een aantal Infanterieregimenten en elk voorzien van EEN Artilleriegroep. In afwachting dat de batterijen zullen uitgerust worden met lichte houwitsers, omvat de artillerie van een Legerdivisie:

  • EEN GROEP met DRIE bereden batterijen per GEMENGDE BRIGADE;
  • EEN Artillerieregiment met EEN GROEP met DRIE Bereden Batterijen.

De batterijen zijn uitgerust met het kanon “ CANON 75mm TR (Tir Rapide)”.

Het Artillerieregiment van de TWEEDE Legerdivisie ( = 2A) zal evenwel TWEE GROEPEN met bereden batterijen C75 TR hebben. De Staf en de Iste GROEP van het Regiment zijn gekazerneerd in LIER; de GROEP II/2A heeft haar kantonnement in LEUVEN.

Het is in deze samenstelling dat, enkele maanden later, de batterijen van 2A zullen ten strijde trekken en deelnemen aan de gevechten rond ANTWERPEN en aan de “Slag om de IJZER”. In de loop van deze vijandelijkheden zal de artillerie nog vele wijzigingen ondergaan, die wij op hun chronologische plaats zullen behandelen. We hebben er in een vorig hoofdstuk reeds op gewezen dat de batterijen heel dikwijls afzonderlijk werden ingezet en dat het tactisch gebruik van de artillerie in de loop van de jaren grondig zal veranderen.

In het TWEEDE DEEL van deze kroniek behandelen wij de inzet van 2A tijdens de GROTE OORLOG ( 1914 – 1918), die later, onder invloed der gebeurtenissen, de EERSTE WERELDOORLOG zal genoemd worden. Vermits de batterijen van2A de artillerie van de GEMENGDE BRIGADES ( GemBde) van de TWEEDE LEGERDIVISIE hebben geleverd, zullen wij ook aandacht besteden aan de acties van deze Artilleriegroepen.

In extenso vindt de lezer, voor alle duidelijkheid, hierna de slagorde van de TWEEDE LEGERDIVISIE (2LD), zoals die was op de vooravond van de Grote Oorlog. – NVDR

 

SLAGORDE VAN DE ARTILLERIE VAN DE TWEEDE LEGERDIVISIE.

TWEEDE LEGERDIVISIE LtGen DOSSIN
     
VIJFDE GEMENGDE BRIGADE GenMaj DE BRAUWERE
Artilleriegroep Maj KESTENS
19eBatterij: Cdt COMIJN
20eBatterij: Cdt DE VING
21eBatterij: Cdt TOURNAY
     
ZESDE GEMENGDE BRIGADE Gen Maj DAUFRESNE
Artilleriegroep Maj LEFEVRE
22eBatterij: Cdt MERCIER
23eBatterij: Cdt DUNGELHOEFF
24eBatterij: Cdt VEREECKEN
     
 ZEVENDE GEMENGDE BRIGADE GenMaj JANSSENS
Artilleriegroep Maj AVORT
25eBatterij Cdt de Vinck-WINNEZEELE
26eBatterij: Cdt JACOBS
27eBatterij: Cdt THONARD
     

TWEEDE REGIMENT VELDARTILLERIE

Regimentscommandant Kol ANTOINE
Adjunct Maj LEROY
     
EERSTE GROEP Cdt VAN BEVER
28eBatterij: Kapt TAHON
29eBatterij: 1Lt RENIERS
30eBatterij: Kapt THEUNIS
     
TWEEDE GROEP Maj PONTUS
31eBatterij: Cdt LEBRUN

Een derde groep, alhoewel oorspronkelijk voorzien, zal pas worden opgericht in 1916, na het afschaffen van de artillerie van de Gemengde Brigades.

Naar Menu Deel I